Foto: Huisman Media

Foto’s: includi / Marco Heyda

Verbouwing
Toen eenmaal alle keuzes waren gemaakt, kwam het project in een stroomversnelling. In de zomer van 2025 vond de aanbesteding plaats en na de bouwvak startte de verbouwing. De bibliotheek verhuisde tijdelijk naar de eerste etage en werd een pop-up bibliotheek. Het museum sloot zijn deuren en bereidde zich voor op de verhuizing. ‘Er is hard gewerkt. Er was een strakke planning, de lijnen waren kort en beide ontwerpbureaus werkten goed samen. Een klein half jaar later, halverwege december 2025, was de verbouwing klaar en openden we onze deuren’, zegt Rachel. ‘We zijn heel tevreden.’

In het ontwerp is rekening gehouden met de eisen en wensen van zowel de bibliotheek als het museum. ‘Het was soms puzzelen, maar het verliep harmonisch’, zegt Helen. De bibliotheek heeft ruimte voor de Maakplaats en het Taalhuis. En het museum, dat ook een documentatiecentrum is, kan zijn depotcollectie kwijt. Ook de rest van het gebouw is naar wens. ‘Er zit een bepaalde speelsheid in het ontwerp. Wie door het gebouw wandelt, is eigenlijk op een soort ontdekkingstocht’, zegt Helen. ‘Er is een deels afgesloten gedeelte voor jonge kinderen, waar ze op een trap en in de huisjes kunnen lezen. Achterin is een fijn zitgedeelte voor jongeren’, vult Rachel aan.

In dit hele proces moesten beide organisaties elkaar vinden en dat gold ook voor de ontwerpbureaus. Rachel en Helen kijken terug op een geslaagde samenwerking. ‘Ze hebben echt samengewerkt en van twee werelden één wereld gemaakt. Soms staan aan de buitenkant van een ruimte boeken en aan de binnenzijde vertelt het museum zijn verhaal. Het was flink puzzelen en overleggen, maar het is gelukt. Een bezoeker zei laatst dat de bibliotheek het museum omarmt. En zo is het’, beaamt Rachel.

Uniek concept
Want waar bibliotheken, gemeenten en theaters elkaar steeds vaker vinden onder één dak, komt dat in de museumwereld aanmerkelijk minder vaak voor. Bekende voorbeelden van een bibliotheek en een museum onder hetzelfde dak zijn CODA (Apeldoorn), Rozet (Arnhem), SCHUNCK (Heerlen), Forum Groningen en het Hannemahuis (Harlingen).

Helen: ‘We komen uit twee aparte werelden, maar we hebben hetzelfde doel: een plek creëren waar iedereen mag zijn en waar verhalen van vroeger en nu worden verteld. Het is een uniek concept.’

Dat concept kreeg begin februari dit jaar een naam: ’t Dok. Die naam verwijst naar aanmeren en vertrekken. ‘Verhalen passen bij de bibliotheek en bij het museum. De naam verwijst naar een plek waar verhalen binnenkomen en weer verdergaan. Het gaat over de geschiedenis van de streek, maar ook over verhalen van vandaag en morgen. En het past ook bij hoe wij als bibliotheek en museum samenwerken. Niet naast elkaar, maar samen, in één doorlopende ruimte’, zegt Rachel.

Beide organisaties wonen én werken écht samen. ‘We trekken samen op en hebben samen een vrijwilligersbeleid opgezet, omdat we allebei met vrijwilligers werken’, zegt Rachel. Helen vult aan: ‘We hebben ook een gezamenlijk frontoffice. Medewerkers die de balie bemannen, moeten eigenlijk alle vragen van bezoekers kunnen beantwoorden. We investeren daarom in een training voor onze vrijwilligers, zodat zij iedereen kunnen helpen of doorverwijzen.’ Ook werken de organisaties vanuit een gezamenlijke belofte: hier vind je jezelf en elkaar, gisteren, vandaag en morgen. Ondanks die vervlechting behouden de twee organisaties hun eigen namen, visies, beleid en huisstijl. ‘We blijven twee aparte organisaties’, zegt Rachel.

Gratis naar het museum?
In het hele traject stonden het museum en de bibliotheek voor enkele uitdagingen. Eén daarvan ging over de entreeprijs van het Museum van de Streek. ‘Een museumbezoek is vrijwel nooit gratis. Op onze oude locatie betaalden bezoekers ook entree. Dat was één procent van onze inkomsten’, vertelt Helen. ‘Omdat een bibliotheek voor iedereen is, paste een entreeprijs niet in dit verhaal’, vult Rachel aan. ‘Wij willen iedereen welkom heten. Iedereen moet gewoon binnen kunnen lopen. Daar zat wat spanning, want hoe doe je dat?’

Het museum wilde daarom een museumbezoek gratis maken, maar dat bleek belastingtechnisch geen goed idee. ‘De Belastingdienst wil zien dat je tickets verkoopt en daarmee inkomsten genereert’, zegt Helen. ‘Als we geen inkomsten uit tickets meer zouden krijgen, konden we onze btw-voordelen verliezen. Dan waren de kosten voor de verbouwing ongeveer 100.000 euro hoger uitgevallen.’

Dat was geen optie, dus bedacht Helen een andere manier om toch inkomsten uit museumbezoeken te krijgen. ‘Bezoekers kunnen gratis foto’s kijken en teksten lezen. Wie meer wil zien en horen, kan voor vijf euro een Beleefkaart kopen. Met die kaart kunnen bezoekers schermen met video’s en verhalen activeren.’ Rachel vult aan: ‘Dit is een hele mooie oplossing. Wie gewoon rond wil lopen en wil kijken, kan dat. Maar dan mis je een deel van de mooie verhalen die zijn ingesproken. Daar heb je zo’n Beleefkaart voor nodig.’

Horeca
In het gebouw is ook een horecagedeelte, waarvoor de partijen samenwerken met lunchroom Lekker Anderz uit Stadskanaal. De organisaties hebben bewust voor deze lunchroom gekozen. Ze werken met mensen met een beperking en hebben dus, net als beide organisaties, een maatschappelijke functie. ‘Die functie sluit aan op onze ambities. Wij willen namelijk ook dat iedereen mee kan doen. Het is laagdrempelig, betaalbaar en bovendien bakken ze heerlijke cakes en koeken’, zegt Helen. De lunchroom levert producten en de organisaties runnen zelf het horecagedeelte. ‘Dat is even wennen natuurlijk. Maar het is een gezellige plek geworden, waar je even lekker kunt zitten om iets te drinken en eten.’

Lessen en inzichten
Het samenwonen heeft zowel Helen als Rachel nieuwe inzichten gebracht. Hoewel de samenwerking goed verliep, merkte Rachel dat ze soms tóch een andere taal spraken. ‘Ik dacht vaak dat we dezelfde taal spraken, terwijl dit niet zo was. Ik heb tijdens dit proces geleerd om goed te luisteren, vragen te stellen en geen aannames te doen.’ Helen vult aan: ‘Tegelijkertijd lijken onze organisaties meer op elkaar dan we denken. We zetten beiden in op de kracht van verhalen en daar kunnen we elkaar in versterken.’

’t Dok is sinds halverwege december 2025 open. Ondanks de sneeuwbuien kwamen veel nieuwsgierige bezoekers al een kijkje nemen. ‘In december hadden we het dubbele aantal bezoekers. En nu is het dagelijks tien tot twintig procent hoger dan eerder. In de eerste twee maanden schreven we bovendien 120 nieuwe leden in, onder wie jongeren. Zo’n mooie plek doet zeker iets bij jongeren’, zegt Rachel. Beide directeuren zijn trots op het eindresultaat. Ze krijgen veel positieve reacties. Helen: ‘We zien nieuwe doelgroepen binnenkomen. Als de senioren uit het plaatselijke verzorgingstehuis elke week langskomen, verbaast me dat op een positieve manier. Het is mooi dat we ook deze ouderen bereiken.’ Rachel moet terugdenken aan mooie woorden van de wethouder tijdens de opening. ‘Hij zei dat we tegenwoordig door veel algoritmes op het internet worden gestuurd. Je bevindt je steeds minder op ongebaande paden. Op deze plek kom je juist onverwachte dingen tegen. Onverwachte ontmoetingen bijvoorbeeld en daar staan wij als bieb natuurlijk voor. We hopen dat verschillende doelgroepen elkaar ontmoeten. Wat ons natuurlijk het meest trots maakt, is dat het gelukt is om écht die vloer met elkaar te delen. Samen zijn we die third place voor de hele omgeving.’

Toekomst
Met de opening staat ’t Dok pas aan het begin van dit nieuwe verhaal. Beide organisaties hebben veel ambities voor de toekomst. ‘We hebben nog 500 vierkante meter beschikbaar in ons pand’, zegt Rachel. ‘We willen met meer maatschappelijke partners een verbinding aangaan. Zorgen dat kennis, cultuur en ontmoeting echt samenkomen.’ Tijdens de officiële opening van het gebouw werd daar al een eerste stap in gezet. Alle lokale en regionale maatschappelijke partners waren aanwezig. ‘We voerden een soort paneldiscussie met die partners. We bespraken vragen als: wat lever je, wat kom je halen?’, zegt Rachel. Meerdere partners hadden interesse in een samenwerking, op kleine of misschien zelfs grotere schaal. ‘Bijvoorbeeld door hun activiteiten in ons pand onder te brengen of samen programmering te maken’, zegt Helen.

Bibliotheek Stadskanaal en het Museum van de Streek zijn daar alvast mee begonnen. ‘Sinds wij onder één dak zitten, stemmen we onze collectie en programmering goed op elkaar af. We proberen elkaar te versterken door aansluiting te vinden. Als dat lukt, is dat natuurlijk heel mooi’, zegt Rachel. ‘Wie ons in de toekomst nog meer komt versterken, zien we wel. We staan er in elk geval open voor en kijken ernaar uit om nog meer verhalen te delen.’

Op een doordeweekse middag in Stadskanaal neemt een jongen achter zijn laptop plaats om te studeren. Een paar meter verderop staat een ouder echtpaar stil bij een foto uit de jaren vijftig. Tussen hen in staan boekenkasten, vitrines en leestafels door elkaar heen. Wie hier binnenkomt, merkt al snel: dit is niet alleen een bibliotheek en ook niet alleen een museum. Het is allebei tegelijk.

Dichter bij elkaar
Sinds december 2025 huizen Bibliotheek Stadskanaal en het Museum van de Streek onder één dak. Geen nieuwe plek voor de bibliotheek, wel voor het museum. ‘Het pand was te ruim voor ons alleen. We zijn met de gemeente in gesprek gegaan over het vinden van een medegebruiker’, vertelt Rachel van den Hoogen, directeur-bestuurder van Biblionet Groningen.

Het Museum van de Streek laat de geschiedenis en verhalen van Stadskanaal en de Kanaalstreek zien. Het museum werkt vrijwel volledig met vrijwilligers, alleen directeur-bestuurder Helen Kämink is de enige betaalde kracht in huis. Jarenlang was het museum gevestigd in een Rijksmonument. ‘Het was een mooi pand, maar had zo zijn problemen. We hadden last van lekkages en vocht, wat slecht was voor onze opgeslagen collectie. Ook was ons gebouw niet toegankelijk voor ouderen en gebruikers van rolstoelen’, vertelt Helen. ‘We zochten naar onze stip op de horizon en spraken met de gemeente. Toen kwam de bibliotheek in beeld’, zegt Helen. In coronatijd wisten beide organisaties elkaar ook al te vinden. Door ruimtegebrek kon het museum geen activiteiten organiseren zonder dat er anderhalve meter afstand tussen de bezoekers was. Het museum mocht gebruikmaken van de ruimte van de bibliotheek. ‘Waar iedereen in die tijd afstand moest nemen, kwamen onze organisaties juist dichter bij elkaar’, zegt Rachel.

Vloer delen
Daarmee ontstond het idee voor en de droom over een cultureel en educatief centrum. Een third place, waar mensen naast hun huis en werk graag komen om te ontspannen, ontmoeten, leren en ontwikkelen. Rachel: ‘We waren al langer van plan om de bibliotheek te verbouwen. Dat was nodig om aan de wensen van deze tijd te voldoen.’ De organisaties gingen om de tafel om plannen, dromen, kansen en uitdagingen te bespreken. Al snel zaten ze op dezelfde lijn. ‘We wilden geen aparte ruimtes, maar écht een vloer delen. Laagdrempelig en samen, zonder dat bezoekers door draaipoorten moesten’, zegt Helen.

Van droom naar ontwerp
Alle dromen, plannen en organisaties kwamen ineens samen. Ook de gemeente Stadskanaal was enthousiast. Financieel waren er nog wel enkele uitdagingen. Waar Biblionet Groningen de SPUK-subsidie kon gebruiken voor de verbouwing, moest het museum flink wat fondsen werven. ‘We kregen hulp van de Coöperatie Sterke Musea Groningen. Deze organisatie helpt musea in Groningen met advies, kennis, onderzoek en het aanvragen van financiering. Ze hebben geholpen met het schrijven van het projectplan. Daarmee hebben we geld gekregen uit allerlei fondsen. Uiteindelijk hebben we zo’n 600.000 euro opgehaald’, zegt Helen trots.

Schetsen en ontwerpen
Begin 2024 werden schetsen en ontwerpen gemaakt. Niet één maar twee bureaus gingen met het ontwerp aan de slag: XPEX Experience Experts en includi. XPEX Experience Experts ontwikkelt tentoonstellingen, bezoekerservaringen en verhaallijnen voor onder andere musea. Ontwerpbureau includi (opgericht door architect Aat Vos) ontwerpt gebouwen en interieurs voor maatschappelijke en culturele organisaties, zoals bibliotheken en musea.

In de ontwerpweek begin februari werden de contouren van de samenwerking tussen de bibliotheek en het museum steeds duidelijker. ‘Met een participatietraject brachten we in kaart wanneer onze bezoekers zich ergens thuis voelen en wat ze bij ons willen doen. Ook vroegen we hen welke materialen en kleuren bij het gebouw passen’, zegt Rachel. De keuze viel op warme, natuurlijke kleuren die een huiselijke sfeer oproepen. In het ontwerp hebben we die wensen van onze bezoekers meegenomen.’

Helen Kämink (directeur-bestuurder Het Museum van de Streek), Egbert Hofstra (wethouder gemeente Stadskanaal) en Rachel van den Hoogen (directeur-bestuurder Biblionet Groningen) openden afgelopen december symbolisch de nieuwe plek waar verhalen tot leven komen. 

Interieurfoto’s ’t Dok

Bibliotheek Stadskanaal en het Museum van de Streek onder één dak

In Stadskanaal is een bijzondere plek ontstaan waar boeken en geschiedenis letterlijk in elkaar overlopen. In het verbouwde pand aan de Continentenlaan vormen de Bibliotheek Stadskanaal (onderdeel van Biblionet Groningen) en het Museum van de Streek samen één geheel. Tussen boekenkasten, vitrines en foto’s bewegen bezoekers zich moeiteloos van verhalen uit het verleden naar verhalen van nu. Sinds kort heeft die gezamenlijke plek ook een naam: ’t Dok.

Multi Functionele Accomodaties (MFA) / samenwerkingsverbanden

Tekst: Rowan de Vries-Teegelaar
• Foto’s: zie credits langs zijkant

Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2026

’t Dok: waar verhalen aanmeren en weer vertrekken

Foto: Huisman Media

Foto’s: includi / Marco Heyda

Verbouwing
Toen eenmaal alle keuzes waren gemaakt, kwam het project in een stroomversnelling. In de zomer van 2025 vond de aanbesteding plaats en na de bouwvak startte de verbouwing. De bibliotheek verhuisde tijdelijk naar de eerste etage en werd een pop-up bibliotheek. Het museum sloot zijn deuren en bereidde zich voor op de verhuizing. ‘Er is hard gewerkt. Er was een strakke planning, de lijnen waren kort en beide ontwerpbureaus werkten goed samen. Een klein half jaar later, halverwege december 2025, was de verbouwing klaar en openden we onze deuren’, zegt Rachel. ‘We zijn heel tevreden.’

In het ontwerp is rekening gehouden met de eisen en wensen van zowel de bibliotheek als het museum. ‘Het was soms puzzelen, maar het verliep harmonisch’, zegt Helen. De bibliotheek heeft ruimte voor de Maakplaats en het Taalhuis. En het museum, dat ook een documentatiecentrum is, kan zijn depotcollectie kwijt. Ook de rest van het gebouw is naar wens. ‘Er zit een bepaalde speelsheid in het ontwerp. Wie door het gebouw wandelt, is eigenlijk op een soort ontdekkingstocht’, zegt Helen. ‘Er is een deels afgesloten gedeelte voor jonge kinderen, waar ze op een trap en in de huisjes kunnen lezen. Achterin is een fijn zitgedeelte voor jongeren’, vult Rachel aan.

In dit hele proces moesten beide organisaties elkaar vinden en dat gold ook voor de ontwerpbureaus. Rachel en Helen kijken terug op een geslaagde samenwerking. ‘Ze hebben echt samengewerkt en van twee werelden één wereld gemaakt. Soms staan aan de buitenkant van een ruimte boeken en aan de binnenzijde vertelt het museum zijn verhaal. Het was flink puzzelen en overleggen, maar het is gelukt. Een bezoeker zei laatst dat de bibliotheek het museum omarmt. En zo is het’, beaamt Rachel.

Uniek concept
Want waar bibliotheken, gemeenten en theaters elkaar steeds vaker vinden onder één dak, komt dat in de museumwereld aanmerkelijk minder vaak voor. Bekende voorbeelden van een bibliotheek en een museum onder hetzelfde dak zijn CODA (Apeldoorn), Rozet (Arnhem), SCHUNCK (Heerlen), Forum Groningen en het Hannemahuis (Harlingen).

Helen: ‘We komen uit twee aparte werelden, maar we hebben hetzelfde doel: een plek creëren waar iedereen mag zijn en waar verhalen van vroeger en nu worden verteld. Het is een uniek concept.’

Dat concept kreeg begin februari dit jaar een naam: ’t Dok. Die naam verwijst naar aanmeren en vertrekken. ‘Verhalen passen bij de bibliotheek en bij het museum. De naam verwijst naar een plek waar verhalen binnenkomen en weer verdergaan. Het gaat over de geschiedenis van de streek, maar ook over verhalen van vandaag en morgen. En het past ook bij hoe wij als bibliotheek en museum samenwerken. Niet naast elkaar, maar samen, in één doorlopende ruimte’, zegt Rachel.

Beide organisaties wonen én werken écht samen. ‘We trekken samen op en hebben samen een vrijwilligersbeleid opgezet, omdat we allebei met vrijwilligers werken’, zegt Rachel. Helen vult aan: ‘We hebben ook een gezamenlijk frontoffice. Medewerkers die de balie bemannen, moeten eigenlijk alle vragen van bezoekers kunnen beantwoorden. We investeren daarom in een training voor onze vrijwilligers, zodat zij iedereen kunnen helpen of doorverwijzen.’ Ook werken de organisaties vanuit een gezamenlijke belofte: hier vind je jezelf en elkaar, gisteren, vandaag en morgen. Ondanks die vervlechting behouden de twee organisaties hun eigen namen, visies, beleid en huisstijl. ‘We blijven twee aparte organisaties’, zegt Rachel.

Gratis naar het museum?
In het hele traject stonden het museum en de bibliotheek voor enkele uitdagingen. Eén daarvan ging over de entreeprijs van het Museum van de Streek. ‘Een museumbezoek is vrijwel nooit gratis. Op onze oude locatie betaalden bezoekers ook entree. Dat was één procent van onze inkomsten’, vertelt Helen. ‘Omdat een bibliotheek voor iedereen is, paste een entreeprijs niet in dit verhaal’, vult Rachel aan. ‘Wij willen iedereen welkom heten. Iedereen moet gewoon binnen kunnen lopen. Daar zat wat spanning, want hoe doe je dat?’

Het museum wilde daarom een museumbezoek gratis maken, maar dat bleek belastingtechnisch geen goed idee. ‘De Belastingdienst wil zien dat je tickets verkoopt en daarmee inkomsten genereert’, zegt Helen. ‘Als we geen inkomsten uit tickets meer zouden krijgen, konden we onze btw-voordelen verliezen. Dan waren de kosten voor de verbouwing ongeveer 100.000 euro hoger uitgevallen.’

Dat was geen optie, dus bedacht Helen een andere manier om toch inkomsten uit museumbezoeken te krijgen. ‘Bezoekers kunnen gratis foto’s kijken en teksten lezen. Wie meer wil zien en horen, kan voor vijf euro een Beleefkaart kopen. Met die kaart kunnen bezoekers schermen met video’s en verhalen activeren.’ Rachel vult aan: ‘Dit is een hele mooie oplossing. Wie gewoon rond wil lopen en wil kijken, kan dat. Maar dan mis je een deel van de mooie verhalen die zijn ingesproken. Daar heb je zo’n Beleefkaart voor nodig.’

Horeca
In het gebouw is ook een horecagedeelte, waarvoor de partijen samenwerken met lunchroom Lekker Anderz uit Stadskanaal. De organisaties hebben bewust voor deze lunchroom gekozen. Ze werken met mensen met een beperking en hebben dus, net als beide organisaties, een maatschappelijke functie. ‘Die functie sluit aan op onze ambities. Wij willen namelijk ook dat iedereen mee kan doen. Het is laagdrempelig, betaalbaar en bovendien bakken ze heerlijke cakes en koeken’, zegt Helen. De lunchroom levert producten en de organisaties runnen zelf het horecagedeelte. ‘Dat is even wennen natuurlijk. Maar het is een gezellige plek geworden, waar je even lekker kunt zitten om iets te drinken en eten.’

Lessen en inzichten
Het samenwonen heeft zowel Helen als Rachel nieuwe inzichten gebracht. Hoewel de samenwerking goed verliep, merkte Rachel dat ze soms tóch een andere taal spraken. ‘Ik dacht vaak dat we dezelfde taal spraken, terwijl dit niet zo was. Ik heb tijdens dit proces geleerd om goed te luisteren, vragen te stellen en geen aannames te doen.’ Helen vult aan: ‘Tegelijkertijd lijken onze organisaties meer op elkaar dan we denken. We zetten beiden in op de kracht van verhalen en daar kunnen we elkaar in versterken.’

’t Dok is sinds halverwege december 2025 open. Ondanks de sneeuwbuien kwamen veel nieuwsgierige bezoekers al een kijkje nemen. ‘In december hadden we het dubbele aantal bezoekers. En nu is het dagelijks tien tot twintig procent hoger dan eerder. In de eerste twee maanden schreven we bovendien 120 nieuwe leden in, onder wie jongeren. Zo’n mooie plek doet zeker iets bij jongeren’, zegt Rachel. Beide directeuren zijn trots op het eindresultaat. Ze krijgen veel positieve reacties. Helen: ‘We zien nieuwe doelgroepen binnenkomen. Als de senioren uit het plaatselijke verzorgingstehuis elke week langskomen, verbaast me dat op een positieve manier. Het is mooi dat we ook deze ouderen bereiken.’ Rachel moet terugdenken aan mooie woorden van de wethouder tijdens de opening. ‘Hij zei dat we tegenwoordig door veel algoritmes op het internet worden gestuurd. Je bevindt je steeds minder op ongebaande paden. Op deze plek kom je juist onverwachte dingen tegen. Onverwachte ontmoetingen bijvoorbeeld en daar staan wij als bieb natuurlijk voor. We hopen dat verschillende doelgroepen elkaar ontmoeten. Wat ons natuurlijk het meest trots maakt, is dat het gelukt is om écht die vloer met elkaar te delen. Samen zijn we die third place voor de hele omgeving.’

Toekomst
Met de opening staat ’t Dok pas aan het begin van dit nieuwe verhaal. Beide organisaties hebben veel ambities voor de toekomst. ‘We hebben nog 500 vierkante meter beschikbaar in ons pand’, zegt Rachel. ‘We willen met meer maatschappelijke partners een verbinding aangaan. Zorgen dat kennis, cultuur en ontmoeting echt samenkomen.’ Tijdens de officiële opening van het gebouw werd daar al een eerste stap in gezet. Alle lokale en regionale maatschappelijke partners waren aanwezig. ‘We voerden een soort paneldiscussie met die partners. We bespraken vragen als: wat lever je, wat kom je halen?’, zegt Rachel. Meerdere partners hadden interesse in een samenwerking, op kleine of misschien zelfs grotere schaal. ‘Bijvoorbeeld door hun activiteiten in ons pand onder te brengen of samen programmering te maken’, zegt Helen.

Bibliotheek Stadskanaal en het Museum van de Streek zijn daar alvast mee begonnen. ‘Sinds wij onder één dak zitten, stemmen we onze collectie en programmering goed op elkaar af. We proberen elkaar te versterken door aansluiting te vinden. Als dat lukt, is dat natuurlijk heel mooi’, zegt Rachel. ‘Wie ons in de toekomst nog meer komt versterken, zien we wel. We staan er in elk geval open voor en kijken ernaar uit om nog meer verhalen te delen.’

Interieurfoto’s ’t Dok

Helen Kämink (directeur-bestuurder Het Museum van de Streek), Egbert Hofstra (wethouder gemeente Stadskanaal) en Rachel van den Hoogen (directeur-bestuurder Biblionet Groningen) openden afgelopen december symbolisch de nieuwe plek waar verhalen tot leven komen. 

Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2026

Op een doordeweekse middag in Stadskanaal neemt een jongen achter zijn laptop plaats om te studeren. Een paar meter verderop staat een ouder echtpaar stil bij een foto uit de jaren vijftig. Tussen hen in staan boekenkasten, vitrines en leestafels door elkaar heen. Wie hier binnenkomt, merkt al snel: dit is niet alleen een bibliotheek en ook niet alleen een museum. Het is allebei tegelijk.

Dichter bij elkaar
Sinds december 2025 huizen Bibliotheek Stadskanaal en het Museum van de Streek onder één dak. Geen nieuwe plek voor de bibliotheek, wel voor het museum. ‘Het pand was te ruim voor ons alleen. We zijn met de gemeente in gesprek gegaan over het vinden van een medegebruiker’, vertelt Rachel van den Hoogen, directeur-bestuurder van Biblionet Groningen.

Het Museum van de Streek laat de geschiedenis en verhalen van Stadskanaal en de Kanaalstreek zien. Het museum werkt vrijwel volledig met vrijwilligers, alleen directeur-bestuurder Helen Kämink is de enige betaalde kracht in huis. Jarenlang was het museum gevestigd in een Rijksmonument. ‘Het was een mooi pand, maar had zo zijn problemen. We hadden last van lekkages en vocht, wat slecht was voor onze opgeslagen collectie. Ook was ons gebouw niet toegankelijk voor ouderen en gebruikers van rolstoelen’, vertelt Helen. ‘We zochten naar onze stip op de horizon en spraken met de gemeente. Toen kwam de bibliotheek in beeld’, zegt Helen. In coronatijd wisten beide organisaties elkaar ook al te vinden. Door ruimtegebrek kon het museum geen activiteiten organiseren zonder dat er anderhalve meter afstand tussen de bezoekers was. Het museum mocht gebruikmaken van de ruimte van de bibliotheek. ‘Waar iedereen in die tijd afstand moest nemen, kwamen onze organisaties juist dichter bij elkaar’, zegt Rachel.

Vloer delen
Daarmee ontstond het idee voor en de droom over een cultureel en educatief centrum. Een third place, waar mensen naast hun huis en werk graag komen om te ontspannen, ontmoeten, leren en ontwikkelen. Rachel: ‘We waren al langer van plan om de bibliotheek te verbouwen. Dat was nodig om aan de wensen van deze tijd te voldoen.’ De organisaties gingen om de tafel om plannen, dromen, kansen en uitdagingen te bespreken. Al snel zaten ze op dezelfde lijn. ‘We wilden geen aparte ruimtes, maar écht een vloer delen. Laagdrempelig en samen, zonder dat bezoekers door draaipoorten moesten’, zegt Helen.

Van droom naar ontwerp
Alle dromen, plannen en organisaties kwamen ineens samen. Ook de gemeente Stadskanaal was enthousiast. Financieel waren er nog wel enkele uitdagingen. Waar Biblionet Groningen de SPUK-subsidie kon gebruiken voor de verbouwing, moest het museum flink wat fondsen werven. ‘We kregen hulp van de Coöperatie Sterke Musea Groningen. Deze organisatie helpt musea in Groningen met advies, kennis, onderzoek en het aanvragen van financiering. Ze hebben geholpen met het schrijven van het projectplan. Daarmee hebben we geld gekregen uit allerlei fondsen. Uiteindelijk hebben we zo’n 600.000 euro opgehaald’, zegt Helen trots.

Schetsen en ontwerpen
Begin 2024 werden schetsen en ontwerpen gemaakt. Niet één maar twee bureaus gingen met het ontwerp aan de slag: XPEX Experience Experts en includi. XPEX Experience Experts ontwikkelt tentoonstellingen, bezoekerservaringen en verhaallijnen voor onder andere musea. Ontwerpbureau includi (opgericht door architect Aat Vos) ontwerpt gebouwen en interieurs voor maatschappelijke en culturele organisaties, zoals bibliotheken en musea.

In de ontwerpweek begin februari werden de contouren van de samenwerking tussen de bibliotheek en het museum steeds duidelijker. ‘Met een participatietraject brachten we in kaart wanneer onze bezoekers zich ergens thuis voelen en wat ze bij ons willen doen. Ook vroegen we hen welke materialen en kleuren bij het gebouw passen’, zegt Rachel. De keuze viel op warme, natuurlijke kleuren die een huiselijke sfeer oproepen. In het ontwerp hebben we die wensen van onze bezoekers meegenomen.’

In Stadskanaal is een bijzondere plek ontstaan waar boeken en geschiedenis letterlijk in elkaar overlopen. In het verbouwde pand aan de Continentenlaan vormen de Bibliotheek Stadskanaal (onderdeel van Biblionet Groningen) en het Museum van de Streek samen één geheel. Tussen boekenkasten, vitrines en foto’s bewegen bezoekers zich moeiteloos van verhalen uit het verleden naar verhalen van nu. Sinds kort heeft die gezamenlijke plek ook een naam: ’t Dok.

’t Dok: waar verhalen aanmeren en weer vertrekken

Tekst: Rowan de Vries-Teegelaar
• Foto’s: zie credits langs zijkant

Multi Functionele Accomodaties (MFA) / samenwerkingsverbanden

Bibliotheek Stadskanaal en het Museum van de Streek onder één dak