Paul Adels (directeur-bestuurder de Bibliotheek Eemland)
‘Op thema’s als Leven Lang Ontwikkelen, digitaal burgerschap en democratisch burgerschap zijn bibliotheken nog zoekende. Een scherpere positionering is hier echt op nodig.

Egid van Houtem (directeur-bestuurder Mijn Streek Bibliotheek)
‘AI en digitalisering kunnen zich ontwikkelen als onvoorspelbare ‘black swans’. Op korte termijn overschatten we vaak de kracht van technologie en op lange termijn de omvang van de gevolgen.’


Geja Olijnsma (directeur-bestuurder de Bibliotheek Venlo)
‘Bibliotheken moeten zich veel sterker profileren op informeel en non-formeel leren. Op dit terrein ontbreekt nog altijd een duidelijke gezamenlijke visie.’

Rachel van den Hoogen (directeur bestuurder bij Biblionet Groningen)
‘Over 4 jaar moeten we overtuigend kunnen laten zien wat we hebben bereikt. Anders bestaat het risico dat de sector opnieuw terug bij af is.’

Annerie Brenninkmeijer (directeur-bestuurder de nieuwe bibliotheek Almere)
‘We willen mensen die cursussen of workshops aanbieden op de eenvoudigste manier verbinden met inwoners die iets willen leren.’

Albert Kivits (directeur-bestuurder de Bibliotheek Regio Eindhoven)
‘Samenwerken is één van onze kernwaarden. Wij zien de bibliotheek als ontwikkelaar van mensen; dat is onze belangrijkste drijfveer.’

Herman Horst (directeur-bestuurder de Bibliotheek Midden-Brabant)
‘De volgende transformatie is die naar een maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Midden in die ontwikkeling bevinden we ons nu.’

Ronald Provoost
Ronald is partner bij H3ROES, Als adviseur en onderzoeker houdt hij zich bezig met strategie, maatschappelijke ontwikkeling, impactmeting en organisatieverandering. Daarnaast is hij vanuit verschillende bestuurlijke en toezichthoudende rollen actief binnen maatschappelijke organisaties.

Rob Beltman (voorzitter H3ROES)
Rob Beltman is oprichter van H3ROES, een coöperatie van gedreven professionals, die organisaties helpt meer klantgericht en maatschappelijk impactvol te ondernemen. Hij is naast adviseur en begeleider ook docent Marketing Strategie en auteur van meerdere managementboeken over marketing en klantgerichtheid.

Peter van Eijk
Peter werkt als zelfstandig bestuursadviseur (https://petervaneijk.nl/) in de publieke sector. Daarnaast voorzitter Raad van Toezicht, stichting Digisterker Focus op besturing van maatschappelijke organisaties en visie-ontwikkeling.

Over de auteurs

Thema’s voor de toekomst

De Nederlandse bibliotheek staat er goed voor. Dankzij de Bibliotheekwet uit 2015, gezamenlijke netwerkagenda’s en collectieve innovaties is zij uitgegroeid tot een brede maatschappelijke voorziening voor miljoenen mensen. Maar juist die sterke positie schept nieuwe verantwoordelijkheid. De verwachtingen van subsidiegevers groeien, terwijl digitalisering, afnemende leesvaardigheid, polarisatie en kunstmatige intelligentie de samenleving ingrijpend veranderen. Stilstaan is daarom geen optie. De vraag is niet óf de bibliotheek zich verder moet ontwikkelen, maar welke betekenisvolle keuzes zij vandaag moet maken om ook overmorgen relevant te zijn. In gesprekken met bibliotheekdirecteuren bespraken wij welke ontwikkelingen bepalend zijn voor hun ambities en koers voor de komende jaren en welke dilemma’s ze daarbij tegenkomen.

Toekomstscenario’s

Tekst: Peter van Eijk, Ronald Provoost en Rob Beltman (zie kader over de auteurs)
• Openingsfoto: Adobe Stock

Bibliotheekblad 8 • oktober 2026

Betekenisvolle keuzes in turbulente tijden

Digitale inclusie en AI
Vrijwel alle geïnterviewden erkennen dat de voortgaande digitalisering in het algemeen, en de onstuitbare opkomst van AI, in al haar vormen (generatief tot agentisch/autonoom) bepalende thema’s in het komend decennium zijn. Wat dit betreft zien de directeuren enerzijds mogelijkheden voor nieuwe dienstverlening richting de burger, maar anderzijds merken zij op dat de sector nog maar beperkte kennis heeft van huidige en toekomstige technologische ontwikkelingen.

Egid van Houtem gaat nog een stap verder. Hij ziet AI als een ontwikkeling die de kern van bibliotheekfuncties fundamenteel kan veranderen. Bibliotheken moeten volgens hem burgers toegang geven tot betrouwbare AI-toepassingen en experimenten faciliteren met Europese alternatieven zoals open-source taalmodellen.

Paul Adels benadrukt vooral de ethische dimensie. Hoe gaan bibliotheken om met AI-gegenereerde informatie? Welke rol spelen menselijke interactie en betrouwbaarheid nog in een samenleving waarin algoritmen steeds dominanter worden?

Albert Kivits voegt daar een ander perspectief aan toe. Volgens hem ligt de kracht van bibliotheken juist in hun betrouwbaarheid, privacybescherming en dataminimalisatie. In een wereld waarin commerciële platforms gebruikers profileren, kunnen bibliotheken een alternatief bieden dat publieke waarden centraal stelt.

Wat dit betreft is de gezamenlijke conclusie dat bibliotheken in beginsel een goede uitgangspositie hebben om zich verder te kunnen ontwikkelen tot gids in de digitale samenleving. Niet als technologiebedrijf, maar als onafhankelijke publieke organisatie die burgers helpt om technologie verantwoord, kritisch en effectief te gebruiken. Door toegang, kennis, vaardigheden en reflectie met betrekking tot nieuwe technologie te intensiveren.

Bedreigingen: onvoldoende financiering en impactbewijs
Waar de geïnterviewden collectief het meest bezorgd over zijn, is voldoende financiering voor de uitvoering van maatschappelijke activiteiten. Vrijwel iedereen noemt structurele bekostiging als een cruciale voorwaarde voor toekomstbestendigheid. Herman Horst signaleert dat veel succesvolle innovaties vooralsnog afhankelijk blijven van tijdelijke projectsubsidies. Dat is een ronduit onwenselijke situatie, omdat het de mogelijkheden voor het realiseren van langetermijnimpact ernstig beperkt.

Annerie Brennikmeijer spreekt over dreigende bezuinigingen van 8 tot 15 procent in haar omgeving, terwijl de maatschappelijke verwachtingen juist groeien. Egid van Houtem beschrijft hoe plotselinge bezuinigingen direct grote gevolgen hebben voor collectie, programmaontwikkeling en personele capaciteit. Paul Adels waarschuwt bovendien voor een mogelijk groeiende afhankelijkheid van private financiers, wat op termijn publieke waarden onder druk kan zetten.

Een belangrijke manier om financiering beter te borgen is tegelijk de volgende grote uitdaging: beter aantonen wat de waarde is van elke uitgegeven euro. Waar zijn effecten van uiteenlopende bibliotheekinterventies snel zichtbaar en meetbaar?

Naast gemeentelijke exploitatiebijdragen zijn er subsidiegevers die financieren op basis van maatschappelijke impact. Deze uiteindelijke doorwerking is lastig in beeld te brengen. Hoe maak je de bibliotheekbijdragen aan sociale cohesie, mentale gezondheid of democratisch burgerschap snel inzichtelijk? Meer dan voorheen lijkt een intensivering van gezamenlijke netwerkinitiatieven op dit gebied nodig.

Drie duivelse dilemma’s
Daar waar de gesprekspartners onderling van mening verschillen, zien we dilemma’s die bibliotheekbestuurders tot een lastige keuze dwingen. Dit zijn de drie meest in het oog springende dilemma’s.

Dilemma 1: Is de bibliotheek er voor iedereen?
Geja Olijnsma stelt expliciet dat de bibliotheek er in de praktijk nooit voor iedereen zal zijn. Volgens haar moeten bibliotheken accepteren dat dit niet haalbaar is. Van belang is om je relevantie voor een variëteit aan doelgroepen te vergroten. Maar letterlijk voor iedereen gaat dat niet.

Met de noodzaak tot focus is Rachel van den Hoogen het roerend eens. ‘One size fits all’ werkt niet. Maar op voorhand voorbijgaan aan de noden van doelgroepen, verdraagt zich slecht met de publieke missie van het bibliotheekwerk. Focus en differentiatie aanbrengen in wat je voor wie doet, is wel noodzakelijk. Ook weer vanuit het perspectief van zorgvuldig en doelmatig besteden van de verkregen publieke middelen.

Dilemma 2: Hoe breed en uniform moet de maatschappelijke agenda zijn?
In samenhang met het voorgaande punt waarschuwen Paul Adels en Geja Olijnsma voor een te diffuse maatschappelijke rol- en taakopvatting. Juist nu bibliotheekorganisaties voor een grote variëteit aan sociaal-educatieve vraagstukken benaderd worden, moeten zij bewuste keuzes maken. Het risico is namelijk dat door het gebrek aan focus te veel programma’s worden opgestart, die niet kunnen worden afgemaakt vanwege tijdelijke financiering. Of die te ver afstaan van bibliotheekprofessionals en hun kerncompetenties. Weet waar je goed in bent, zorg dat je er goed in blijft en impact maakt en die ook kunt aantonen. Dat is hun devies.

Annerie Brenninkmeijer en Albert Kivits nemen een andere positie in. Zij zien juist kansen om de maatschappelijke rol verder uit te bouwen via bijvoorbeeld leerplatforms, cultuurprogramma's, weerbaarheidsprojecten en gemeenschapsontwikkeling. Dienstbaar zijn aan de maatschappelijke opgave betekent een stap naar voren doen waar dat nodig is, in hun ogen.

De vraag die hier doorheen speelt is de mate waarin de sector iets als geheel moet doen, versus de afhankelijkheid van de lokale opgave. ‘De Nederlander bestaat niet, en de bibliotheek ook niet’, was daarbij de kernachtige observatie van Rachel van den Hoogen. Zij ervaart dat in Groningen alleen al de benadering tussen stad en regio andere eisen stelt aan hoe de bibliotheek haar rol definieert en invult. De uitdaging voor het netwerk blijft het vinden van de juiste balans tussen eenheid en diversiteit.

Dilemma 3: Opgave-gestuurd versus toekomstgericht
Sommigen, zoals Herman Horst, benadrukken dat innovatie in de sector altijd moet bijdragen aan bestaande maatschappelijke opgaven. Innovatie is immers geen doel op zichzelf, maar moet zich richten op betere manieren vinden om bestaande uitdagingen het hoofd te bieden. Gegeven het grote aantal opgaven in het hier en nu, is het dan ook logisch om niet te veel geld en tijd te besteden aan vraagstukken die nog ver in de schoot van de toekomst verscholen liggen. Zeker niet als individuele bibliotheek.

Egid van Houtem en Albert Kivits leggen juist meer nadruk op de noodzaak tot experimenteren, met name vanwege de razendsnelle ontwikkeling van technologie rond AI. Het actief verkennen van nieuwe digitale mogelijkheden vergroot het vermogen van de bibliotheek om te gidsen in de wereld van morgen en kan daarbij ook bijdragen aan het beheersen van belangrijke risico’s en het tijdig signaleren van kansen. Maar daarvoor moet wel structureel tijd en geld beschikbaar zijn, die nu onder druk staan. Ook daar dient zich weer een vraagstuk aan van samenwerking op lokaal, regionaal en nationaal niveau. Het wiel hoeft niet binnen elke bibliotheek opnieuw uitgevonden te worden.

Wij zien de uitersten op de drie dilemma’s overigens niet per se als uitsluitende keuzes. Richting 2035 gaat het om drie combinaties: een publieke hoofdopdracht gebaseerd op wettelijke functies: Leven Lang Ontwikkelen; een landelijke (digitale) infrastructuur die lokaal maatwerk faciliteert en aandacht voor zowel de opgaven van vandaag, als collectieve ruimte voor experimenten voor (over)morgen.

Een wenkend perspectief voor 2035
Uit de interviews kwamen zowel interessante overeenkomsten als boeiende verschillen en dilemma’s naar voren. Maar over één onderwerp bestaat consensus: de bestuurders hebben voor alle inwoners het ‘leven lang ontwikkelen’, persoonlijk en maatschappelijk, hoog in het vaandel. Wat dit betreft zien zij een belangrijke rol voor de bibliotheek als inspirerende, faciliterende en verbindende gids op een aansprekende ‘derde plek’ en met kennis van en toegang tot alle digitale mogelijkheden.

Tegen de achtergrond van de verworven uitgangspositie van de sector schetsen wij tot slot een wenkend perspectief voor 2035. Dit als aanzet voor verdere gedachtevorming en discussie over mogelijke toekomsten van het bibliotheekwerk. Het toekomstperspectief staat verder uitgewerkt - onder andere via een vragenlijst met gespreksonderwerpen voor bestuurders die via deze link te vinden is op onze website.

Onderstaand de essentie in een notendop
In 2035 loopt het faciliteren van Leven Lang Ontwikkelen als een rode draad door alle bibliotheekactiviteiten. Het publieksbereik is sterk vergroot: via het wijdvertakte vestigingsnetwerk en dankzij waardengedreven en doelgroepgerichte AI-agents zijn bibliotheekfuncties in samenhang uitgegroeid tot een betrouwbare gids voor persoonlijke ontwikkeling. ‘De bibliotheek’ is er nog voor iedereen, maar de invulling van de functies krijgt wel per doelgroep en zelfs per individu een eigen karakter. Sinds 2032 is er een wettelijk verankerd gratis basislidmaatschap. In brede politieke kring is het besef doorgebroken dat vrije toegang tot informatie en tot middelen voor non-formeel leren, horen tot de democratische rechten van iedere burger in een moderne samenleving. Bestuurders in het netwerk zijn erin geslaagd om steeds intensiever te gaan samenwerken rond maatschappelijke opgaven en op terreinen als digitalisering en impactrealisatie. Schaarse expertise op die gebieden hebben zij slim gebundeld. De doorwerking van bibliotheekinterventies en de aanwezigheid als ‘derde plek’ in de lokale gemeenschap is merkbaar voor miljoenen verbonden gebruikers en is zichtbaar voor beleidsmakers en beslissers.

Overmorgen begint vandaag
De uitgangspositie is sterk. Het afgelopen jaar laat zich samenvatten als: meer leden, meer vestigingen, meer bezoek! Daarbij lijkt de maatschappelijke waarde van het bibliotheeknetwerk ook door de belangrijkste subsidiegevers meer dan voldoende (h)erkend te worden. Er is zelfs alle reden om aan te nemen dat de aangepaste Bibliotheekwet na behandeling in 2026 een solide wettelijke basis onder een zorgplicht voor gemeenten legt.

Maar een sterke uitgangspositie is geen garantie voor toekomstig succes. De wereld om ons heen wankelt. Hoogleraar transformatiekunde Jan Rotmans noemt dit tijdgewricht ‘Kanteltijd’ en MIT-onderzoeker Otto Scharmer beschrijft wat ons overkomt als ‘planetaire overweldiging’: een veelheid aan elkaar snel opvolgende mondiale ontwikkelingen verwart en verrast ons bijna dagelijks. SER-voorzitter Kim Putters benadrukt daarbij dat ‘de wereld de wijken is binnengekomen’. De effecten zijn zichtbaar en voelbaar in de lokale gemeenschap. Een ver van ons bed show is het niet.

Mede daardoor gaat veel tijd van bestuurders uit naar het ad-hoc aanpassen aan de snel veranderende omgeving: op korte termijn zijn wendbaarheid en veerkracht cruciale begrippen. Maar om niet met alle winden mee te waaien, of op de golven weggedragen te worden, zijn betekenisvolle richtinggevende keuzes, visie en heldere doelen onontbeerlijk! Managementdenker Peter Drucker zei terecht: ‘the best way to predict the future is to create it’. Daarvoor moet je inzicht hebben in thema’s die het toekomstige landschap gaan vormen en tijdig en doelbewust positie kiezen. Daarover gingen onze gesprekken met bestuurders in de sector.

Het landschap tot 2035 in 8 thema’s
Wij onderzochten en toetsten bij onze gesprekspartners welke ontwikkelingen op de radar staan als het gaat om de (bibliotheek)wereld in 2035. De thema’s werkten we uit in een mindmap die beschikbaar is via onze website.

  • Het maatschappelijk moeras

complexe vraagstukken stapelen zich op, van migratie tot vergrijzing, criminaliteit, participatie, eenzaamheid, maar ook de geletterdheid en basisvaardigheden van mensen. Meedoen is geen vanzelfsprekendheid.

  • Nieuw publiek, nieuwe waarden

het bereiken en verbinden van mensen met verschillende achtergronden, die zich soms in bubbels terugtrekken, is lastiger dan voorheen. Wie alles voor iedereen wil zijn, raakt niemand echt.

  • Technologische transformatie

Kunstmatige Intelligentie ontwikkelt zich in een onbeheersbaar hoog tempo. En verandert op radicale wijze hoe we denken, werken en leven. De leercurve is steil en de impact letterlijk onvoorstelbaar groot.

  • Onvoorspelbaarheid in onze democratie die hard aan revisie toe is

Meer politieke partijen dan ooit, met veel zwevende kiezers, veroorzaken schokkerige verschuivingen in politieke macht. Gevolg: een overheid die op veel dossiers een laag probleemoplossend vermogen laat zien en een afnemend vertrouwen van burgers in politici.

  • Netwerken die echt werken

Buurtgericht en opgavegericht werken maken dat over de grenzen van de sector heen kijken steeds minder luxe en steeds meer noodzaak is. Maar afzonderlijk afdelingen of teams die geïsoleerd van elkaar werken doorbreken en werken in combinaties van marktpartijen, maatschappelijke organisaties, overheid en burgerinitiatieven, blijkt alles behalve eenvoudig.

  • Meer en meer ‘zwarte zwanen’

Talebs metafoor van de zwarte zwaan beschreef zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen met een grote impact op de mondiale samenleving, zoals de mondiale financiële crisis of de Coronapandemie. En nu? Een AI-bot die zelf aan ’t hacken slaat, een plotselinge (handels)oorlog; onvoorspelbaarheid is een constante factor aan het worden.

  • Een klimaat dat aandacht claimt

Voor even leek dit onderwerp van de voorpagina’s verdrongen door geopolitieke machtsstrijd en economische zorgen, maar het dringt zich deze zomer weer onontkoombaar aan ons op en zal niet weggaan.

  • Globale opgaven, lokale verschillen

De uitwerking van megatrends en maatschappelijke ontwikkelingen is onmiskenbaar, maar verschilt van stad naar platteland en van buurt naar buurt. Maatwerkoplossingen zijn nodig.

Deze ontwikkelingen en 8 thema’s vormen samen een nieuwe realiteit, waar bibliotheekbestuurders zich in moeten gaan bewegen en toe moeten verhouden. Dat lukt alleen met betekenisvolle keuzes en een goed kompas, dat aangeeft in welke richting bibliotheekorganisaties zich kunnen gaan ontwikkelen.

De bibliotheek als vertrouwde gids in persoonlijke ontwikkeling
In gesprekken met de bestuurders (Paul Adels, Annerie Brenninkmeijer, Rachel van den Hoogen, Herman Horst, Egid van Houtem, Albert Kivits, en Geja Olijnsma) ontstaat een rijk beeld van hoe zij de rol van bibliotheekorganisaties in de toekomst zien. Er is veel overeenstemming over de maatschappelijke betekenis van bibliotheken, maar tegelijkertijd verschillen zij van inzicht over de mate waarin bibliotheken zich moeten verbreden, welke doelgroepen prioriteit verdienen en hoe ver zij moeten gaan in hun maatschappelijke rol- en taakopvatting. Eén van de sterkste overeenkomsten tussen de geïnterviewden is hun overtuiging dat bibliotheken inmiddels een andere functie vervullen dan vroeger en dat het transitieproces nog zal doorgaan: de bibliotheek kan een trusted advisor of gids worden naar persoonlijke ontwikkeling.

Herman Horst beschrijft hoe het netwerk zich heeft ontwikkeld van een organisatie gericht op het opbouwen en ter beschikking stellen van collectie, naar een brede maatschappelijke en educatieve infrastructuur. En daarbij staan onderwerpen als geletterdheid, digitale inclusie en participatie centraal. Initiatieven zoals de Bibliotheek op School, Taalhuizen en Informatiepunten Digitale Overheid zijn volgens hem voorbeelden van succesvolle sectorinnovaties die tien jaar geleden nauwelijks bestonden, maar inmiddels met elkaar tot een essentiële voorziening zijn uitgegroeid. Ook Albert Kivits benoemt deze beweging nadrukkelijk. Hij spreekt over de bibliotheek als "ontwikkelaar van mensen": idealiter een leven lang en zowel persoonlijk als maatschappelijk!

Stimuleren van het “Leven Lang Ontwikkelen” en het “mee kunnen doen” van, voor en door zoveel mogelijk inwoners is waar het dan om gaat. Die opgave is complexer geworden. Want het media- en informatielandschap is enorm veranderd en zal ook onder invloed van technologische ontwikkelingen ingrijpend blijven veranderen.

Ook Egid van Houtem ziet kansen voor bibliotheken om platformen te organiseren die persoonlijke ontwikkeling verbinden met onderwijs, maatschappelijke organisaties en lokale gemeenschappen. Loskomen van de rol als aanbieder van producten, diensten, dienstverlening en programma’s is hierin de gemene deler: het doel is belangrijker dan de vorm. Rachel van den Hoogen verwoordt dit mooi:

Wie vervolgens uitzoomt en kijkt naar de bibliotheekbranche als geheel ziet dat het bieden van laagdrempelige toegang tot betrouwbare bronnen van kennis en cultuur in een veilige leer- en ontwikkelomgeving al decennia onverminderd relevant is gebleven voor miljoenen verbonden bibliotheekgebruikers.

Want los van belangrijke aanpassingen in de Bibliotheekwet anno nu: het hoofddoel uit artikel 4 wijkt niet principieel van de historische oorsprong af: bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling en het verbeteren van de maatschappelijke kansen van het algemene publiek.

Wij constateren hiermee dat het effectief stimuleren van “Leven Lang Ontwikkelen” de uiteindelijke bedoeling van de wetgever is. Daarmee is “het bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie” in onze ogen de belangrijkste van de vijf wettelijke functies. De andere vier (leesbevordering, kennis en informatie, ontmoeting en debat, kunst en cultuur) zijn daaraan ondersteunend. Waarbij “leesbevordering” geen doel op zich is, maar een middel.

De ‘derde plek’, met perspectief en focus
Ondanks, of misschien wel versterkt door, alle digitalisering, verwachten de geïnterviewden dat de betekenis van wijdvertakte vestigingen zal toenemen. Het belang van een ‘derde plek’, zoals socioloog Ray Oldenburg bepleit in ‘The Great Good Place’ (1989) kwam in verschillende vraaggesprekken voorbij.

Paul Adels kijkt onder meer naar Scandinavische voorbeelden en pleit voor een "post-digitale bibliotheek" waarin menselijke ontmoeting juist belangrijker wordt naarmate technologie dominanter aanwezig is. Hij zegt hierover: ‘Veel mensen komen juist naar de bibliotheek omdat zij met een echt mens contact willen hebben. Digitale hulpmiddelen zijn nuttig, maar mogen de menselijke ontmoeting niet vervangen. ‘

Deze ontmoetingsfunctie zien de meeste geïnterviewden als een onderscheidende kracht die niet door digitale alternatieven kan worden vervangen. Maar om van een op ontmoetingen ingericht gebouw een echte ‘third place’ te maken, vraagt extra inspanningen zodat nog meer mensen zich er gezien en thuis gaan voelen.

Paul Adels (directeur-bestuurder de Bibliotheek Eemland)
‘Op thema’s als Leven Lang Ontwikkelen, digitaal burgerschap en democratisch burgerschap zijn bibliotheken nog zoekende. Een scherpere positionering is hier echt op nodig.

Peter van Eijk
Peter werkt als zelfstandig bestuursadviseur (https://petervaneijk.nl/) in de publieke sector. Daarnaast voorzitter Raad van Toezicht, stichting Digisterker Focus op besturing van maatschappelijke organisaties en visie-ontwikkeling.

Rob Beltman (voorzitter H3ROES)
Rob Beltman is oprichter van H3ROES, een coöperatie van gedreven professionals, die organisaties helpt meer klantgericht en maatschappelijk impactvol te ondernemen. Hij is naast adviseur en begeleider ook docent Marketing Strategie en auteur van meerdere managementboeken over marketing en klantgerichtheid.

Foto: Atelier Zwiep

Over de auteurs

Ronald Provoost
Ronald is partner bij H3ROES, Als adviseur en onderzoeker houdt hij zich bezig met strategie, maatschappelijke ontwikkeling, impactmeting en organisatieverandering. Daarnaast is hij vanuit verschillende bestuurlijke en toezichthoudende rollen actief binnen maatschappelijke organisaties.

Digitale inclusie en AI
Vrijwel alle geïnterviewden erkennen dat de voortgaande digitalisering in het algemeen, en de onstuitbare opkomst van AI, in al haar vormen (generatief tot agentisch/autonoom) bepalende thema’s in het komend decennium zijn. Wat dit betreft zien de directeuren enerzijds mogelijkheden voor nieuwe dienstverlening richting de burger, maar anderzijds merken zij op dat de sector nog maar beperkte kennis heeft van huidige en toekomstige technologische ontwikkelingen.

Egid van Houtem gaat nog een stap verder. Hij ziet AI als een ontwikkeling die de kern van bibliotheekfuncties fundamenteel kan veranderen. Bibliotheken moeten volgens hem burgers toegang geven tot betrouwbare AI-toepassingen en experimenten faciliteren met Europese alternatieven zoals open-source taalmodellen.

Paul Adels benadrukt vooral de ethische dimensie. Hoe gaan bibliotheken om met AI-gegenereerde informatie? Welke rol spelen menselijke interactie en betrouwbaarheid nog in een samenleving waarin algoritmen steeds dominanter worden?

Albert Kivits voegt daar een ander perspectief aan toe. Volgens hem ligt de kracht van bibliotheken juist in hun betrouwbaarheid, privacybescherming en dataminimalisatie. In een wereld waarin commerciële platforms gebruikers profileren, kunnen bibliotheken een alternatief bieden dat publieke waarden centraal stelt.

Wat dit betreft is de gezamenlijke conclusie dat bibliotheken in beginsel een goede uitgangspositie hebben om zich verder te kunnen ontwikkelen tot gids in de digitale samenleving. Niet als technologiebedrijf, maar als onafhankelijke publieke organisatie die burgers helpt om technologie verantwoord, kritisch en effectief te gebruiken. Door toegang, kennis, vaardigheden en reflectie met betrekking tot nieuwe technologie te intensiveren.

Bedreigingen: onvoldoende financiering en impactbewijs
Waar de geïnterviewden collectief het meest bezorgd over zijn, is voldoende financiering voor de uitvoering van maatschappelijke activiteiten. Vrijwel iedereen noemt structurele bekostiging als een cruciale voorwaarde voor toekomstbestendigheid. Herman Horst signaleert dat veel succesvolle innovaties vooralsnog afhankelijk blijven van tijdelijke projectsubsidies. Dat is een ronduit onwenselijke situatie, omdat het de mogelijkheden voor het realiseren van langetermijnimpact ernstig beperkt.

Annerie Brennikmeijer spreekt over dreigende bezuinigingen van 8 tot 15 procent in haar omgeving, terwijl de maatschappelijke verwachtingen juist groeien. Egid van Houtem beschrijft hoe plotselinge bezuinigingen direct grote gevolgen hebben voor collectie, programmaontwikkeling en personele capaciteit. Paul Adels waarschuwt bovendien voor een mogelijk groeiende afhankelijkheid van private financiers, wat op termijn publieke waarden onder druk kan zetten.

Een belangrijke manier om financiering beter te borgen is tegelijk de volgende grote uitdaging: beter aantonen wat de waarde is van elke uitgegeven euro. Waar zijn effecten van uiteenlopende bibliotheekinterventies snel zichtbaar en meetbaar?

Naast gemeentelijke exploitatiebijdragen zijn er subsidiegevers die financieren op basis van maatschappelijke impact. Deze uiteindelijke doorwerking is lastig in beeld te brengen. Hoe maak je de bibliotheekbijdragen aan sociale cohesie, mentale gezondheid of democratisch burgerschap snel inzichtelijk? Meer dan voorheen lijkt een intensivering van gezamenlijke netwerkinitiatieven op dit gebied nodig.

Drie duivelse dilemma’s
Daar waar de gesprekspartners onderling van mening verschillen, zien we dilemma’s die bibliotheekbestuurders tot een lastige keuze dwingen. Dit zijn de drie meest in het oog springende dilemma’s.

Dilemma 1: Is de bibliotheek er voor iedereen?
Geja Olijnsma stelt expliciet dat de bibliotheek er in de praktijk nooit voor iedereen zal zijn. Volgens haar moeten bibliotheken accepteren dat dit niet haalbaar is. Van belang is om je relevantie voor een variëteit aan doelgroepen te vergroten. Maar letterlijk voor iedereen gaat dat niet.

Met de noodzaak tot focus is Rachel van den Hoogen het roerend eens. ‘One size fits all’ werkt niet. Maar op voorhand voorbijgaan aan de noden van doelgroepen, verdraagt zich slecht met de publieke missie van het bibliotheekwerk. Focus en differentiatie aanbrengen in wat je voor wie doet, is wel noodzakelijk. Ook weer vanuit het perspectief van zorgvuldig en doelmatig besteden van de verkregen publieke middelen.

Dilemma 2: Hoe breed en uniform moet de maatschappelijke agenda zijn?
In samenhang met het voorgaande punt waarschuwen Paul Adels en Geja Olijnsma voor een te diffuse maatschappelijke rol- en taakopvatting. Juist nu bibliotheekorganisaties voor een grote variëteit aan sociaal-educatieve vraagstukken benaderd worden, moeten zij bewuste keuzes maken. Het risico is namelijk dat door het gebrek aan focus te veel programma’s worden opgestart, die niet kunnen worden afgemaakt vanwege tijdelijke financiering. Of die te ver afstaan van bibliotheekprofessionals en hun kerncompetenties. Weet waar je goed in bent, zorg dat je er goed in blijft en impact maakt en die ook kunt aantonen. Dat is hun devies.

Annerie Brenninkmeijer en Albert Kivits nemen een andere positie in. Zij zien juist kansen om de maatschappelijke rol verder uit te bouwen via bijvoorbeeld leerplatforms, cultuurprogramma's, weerbaarheidsprojecten en gemeenschapsontwikkeling. Dienstbaar zijn aan de maatschappelijke opgave betekent een stap naar voren doen waar dat nodig is, in hun ogen.

De vraag die hier doorheen speelt is de mate waarin de sector iets als geheel moet doen, versus de afhankelijkheid van de lokale opgave. ‘De Nederlander bestaat niet, en de bibliotheek ook niet’, was daarbij de kernachtige observatie van Rachel van den Hoogen. Zij ervaart dat in Groningen alleen al de benadering tussen stad en regio andere eisen stelt aan hoe de bibliotheek haar rol definieert en invult. De uitdaging voor het netwerk blijft het vinden van de juiste balans tussen eenheid en diversiteit.

Dilemma 3: Opgave-gestuurd versus toekomstgericht
Sommigen, zoals Herman Horst, benadrukken dat innovatie in de sector altijd moet bijdragen aan bestaande maatschappelijke opgaven. Innovatie is immers geen doel op zichzelf, maar moet zich richten op betere manieren vinden om bestaande uitdagingen het hoofd te bieden. Gegeven het grote aantal opgaven in het hier en nu, is het dan ook logisch om niet te veel geld en tijd te besteden aan vraagstukken die nog ver in de schoot van de toekomst verscholen liggen. Zeker niet als individuele bibliotheek.

Egid van Houtem en Albert Kivits leggen juist meer nadruk op de noodzaak tot experimenteren, met name vanwege de razendsnelle ontwikkeling van technologie rond AI. Het actief verkennen van nieuwe digitale mogelijkheden vergroot het vermogen van de bibliotheek om te gidsen in de wereld van morgen en kan daarbij ook bijdragen aan het beheersen van belangrijke risico’s en het tijdig signaleren van kansen. Maar daarvoor moet wel structureel tijd en geld beschikbaar zijn, die nu onder druk staan. Ook daar dient zich weer een vraagstuk aan van samenwerking op lokaal, regionaal en nationaal niveau. Het wiel hoeft niet binnen elke bibliotheek opnieuw uitgevonden te worden.

Wij zien de uitersten op de drie dilemma’s overigens niet per se als uitsluitende keuzes. Richting 2035 gaat het om drie combinaties: een publieke hoofdopdracht gebaseerd op wettelijke functies: Leven Lang Ontwikkelen; een landelijke (digitale) infrastructuur die lokaal maatwerk faciliteert en aandacht voor zowel de opgaven van vandaag, als collectieve ruimte voor experimenten voor (over)morgen.

Een wenkend perspectief voor 2035
Uit de interviews kwamen zowel interessante overeenkomsten als boeiende verschillen en dilemma’s naar voren. Maar over één onderwerp bestaat consensus: de bestuurders hebben voor alle inwoners het ‘leven lang ontwikkelen’, persoonlijk en maatschappelijk, hoog in het vaandel. Wat dit betreft zien zij een belangrijke rol voor de bibliotheek als inspirerende, faciliterende en verbindende gids op een aansprekende ‘derde plek’ en met kennis van en toegang tot alle digitale mogelijkheden.

Tegen de achtergrond van de verworven uitgangspositie van de sector schetsen wij tot slot een wenkend perspectief voor 2035. Dit als aanzet voor verdere gedachtevorming en discussie over mogelijke toekomsten van het bibliotheekwerk. Het toekomstperspectief staat verder uitgewerkt - onder andere via een vragenlijst met gespreksonderwerpen voor bestuurders die via deze link te vinden is op onze website.

Onderstaand de essentie in een notendop
In 2035 loopt het faciliteren van Leven Lang Ontwikkelen als een rode draad door alle bibliotheekactiviteiten. Het publieksbereik is sterk vergroot: via het wijdvertakte vestigingsnetwerk en dankzij waardengedreven en doelgroepgerichte AI-agents zijn bibliotheekfuncties in samenhang uitgegroeid tot een betrouwbare gids voor persoonlijke ontwikkeling. ‘De bibliotheek’ is er nog voor iedereen, maar de invulling van de functies krijgt wel per doelgroep en zelfs per individu een eigen karakter. Sinds 2032 is er een wettelijk verankerd gratis basislidmaatschap. In brede politieke kring is het besef doorgebroken dat vrije toegang tot informatie en tot middelen voor non-formeel leren, horen tot de democratische rechten van iedere burger in een moderne samenleving. Bestuurders in het netwerk zijn erin geslaagd om steeds intensiever te gaan samenwerken rond maatschappelijke opgaven en op terreinen als digitalisering en impactrealisatie. Schaarse expertise op die gebieden hebben zij slim gebundeld. De doorwerking van bibliotheekinterventies en de aanwezigheid als ‘derde plek’ in de lokale gemeenschap is merkbaar voor miljoenen verbonden gebruikers en is zichtbaar voor beleidsmakers en beslissers.

Rachel van den Hoogen (directeur bestuurder bij Biblionet Groningen)
‘Over 4 jaar moeten we overtuigend kunnen laten zien wat we hebben bereikt. Anders bestaat het risico dat de sector opnieuw terug bij af is.’

Herman Horst (directeur-bestuurder de Bibliotheek Midden-Brabant)
‘De volgende transformatie is die naar een maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Midden in die ontwikkeling bevinden we ons nu.’

Geja Olijnsma (directeur-bestuurder de Bibliotheek Venlo)
‘Bibliotheken moeten zich veel sterker profileren op informeel en non-formeel leren. Op dit terrein ontbreekt nog altijd een duidelijke gezamenlijke visie.’

Albert Kivits (directeur-bestuurder de Bibliotheek Regio Eindhoven)
‘Samenwerken is één van onze kernwaarden. Wij zien de bibliotheek als ontwikkelaar van mensen; dat is onze belangrijkste drijfveer.’

Annerie Brenninkmeijer (directeur-bestuurder de nieuwe bibliotheek Almere)
‘We willen mensen die cursussen of workshops aanbieden op de eenvoudigste manier verbinden met inwoners die iets willen leren.’

Egid van Houtem (directeur-bestuurder Mijn Streek Bibliotheek)
‘AI en digitalisering kunnen zich ontwikkelen als onvoorspelbare ‘black swans’. Op korte termijn overschatten we vaak de kracht van technologie en op lange termijn de omvang van de gevolgen.’


Bibliotheekblad 8 • oktober 2026

Overmorgen begint vandaag
De uitgangspositie is sterk. Het afgelopen jaar laat zich samenvatten als: meer leden, meer vestigingen, meer bezoek! Daarbij lijkt de maatschappelijke waarde van het bibliotheeknetwerk ook door de belangrijkste subsidiegevers meer dan voldoende (h)erkend te worden. Er is zelfs alle reden om aan te nemen dat de aangepaste Bibliotheekwet na behandeling in 2026 een solide wettelijke basis onder een zorgplicht voor gemeenten legt.

Maar een sterke uitgangspositie is geen garantie voor toekomstig succes. De wereld om ons heen wankelt. Hoogleraar transformatiekunde Jan Rotmans noemt dit tijdgewricht ‘Kanteltijd’ en MIT-onderzoeker Otto Scharmer beschrijft wat ons overkomt als ‘planetaire overweldiging’: een veelheid aan elkaar snel opvolgende mondiale ontwikkelingen verwart en verrast ons bijna dagelijks. SER-voorzitter Kim Putters benadrukt daarbij dat ‘de wereld de wijken is binnengekomen’. De effecten zijn zichtbaar en voelbaar in de lokale gemeenschap. Een ver van ons bed show is het niet.

Mede daardoor gaat veel tijd van bestuurders uit naar het ad-hoc aanpassen aan de snel veranderende omgeving: op korte termijn zijn wendbaarheid en veerkracht cruciale begrippen. Maar om niet met alle winden mee te waaien, of op de golven weggedragen te worden, zijn betekenisvolle richtinggevende keuzes, visie en heldere doelen onontbeerlijk! Managementdenker Peter Drucker zei terecht: ‘the best way to predict the future is to create it’. Daarvoor moet je inzicht hebben in thema’s die het toekomstige landschap gaan vormen en tijdig en doelbewust positie kiezen. Daarover gingen onze gesprekken met bestuurders in de sector.

Het landschap tot 2035 in 8 thema’s
Wij onderzochten en toetsten bij onze gesprekspartners welke ontwikkelingen op de radar staan als het gaat om de (bibliotheek)wereld in 2035. De thema’s werkten we uit in een mindmap die beschikbaar is via onze website.

  • Het maatschappelijk moeras

complexe vraagstukken stapelen zich op, van migratie tot vergrijzing, criminaliteit, participatie, eenzaamheid, maar ook de geletterdheid en basisvaardigheden van mensen. Meedoen is geen vanzelfsprekendheid.

  • Nieuw publiek, nieuwe waarden

het bereiken en verbinden van mensen met verschillende achtergronden, die zich soms in bubbels terugtrekken, is lastiger dan voorheen. Wie alles voor iedereen wil zijn, raakt niemand echt.

  • Technologische transformatie

Kunstmatige Intelligentie ontwikkelt zich in een onbeheersbaar hoog tempo. En verandert op radicale wijze hoe we denken, werken en leven. De leercurve is steil en de impact letterlijk onvoorstelbaar groot.

  • Onvoorspelbaarheid in onze democratie die hard aan revisie toe is

Meer politieke partijen dan ooit, met veel zwevende kiezers, veroorzaken schokkerige verschuivingen in politieke macht. Gevolg: een overheid die op veel dossiers een laag probleemoplossend vermogen laat zien en een afnemend vertrouwen van burgers in politici.

  • Netwerken die echt werken

Buurtgericht en opgavegericht werken maken dat over de grenzen van de sector heen kijken steeds minder luxe en steeds meer noodzaak is. Maar afzonderlijk afdelingen of teams die geïsoleerd van elkaar werken doorbreken en werken in combinaties van marktpartijen, maatschappelijke organisaties, overheid en burgerinitiatieven, blijkt alles behalve eenvoudig.

  • Meer en meer ‘zwarte zwanen’

Talebs metafoor van de zwarte zwaan beschreef zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen met een grote impact op de mondiale samenleving, zoals de mondiale financiële crisis of de Coronapandemie. En nu? Een AI-bot die zelf aan ’t hacken slaat, een plotselinge (handels)oorlog; onvoorspelbaarheid is een constante factor aan het worden.

  • Een klimaat dat aandacht claimt

Voor even leek dit onderwerp van de voorpagina’s verdrongen door geopolitieke machtsstrijd en economische zorgen, maar het dringt zich deze zomer weer onontkoombaar aan ons op en zal niet weggaan.

  • Globale opgaven, lokale verschillen

De uitwerking van megatrends en maatschappelijke ontwikkelingen is onmiskenbaar, maar verschilt van stad naar platteland en van buurt naar buurt. Maatwerkoplossingen zijn nodig.

Deze ontwikkelingen en 8 thema’s vormen samen een nieuwe realiteit, waar bibliotheekbestuurders zich in moeten gaan bewegen en toe moeten verhouden. Dat lukt alleen met betekenisvolle keuzes en een goed kompas, dat aangeeft in welke richting bibliotheekorganisaties zich kunnen gaan ontwikkelen.

De bibliotheek als vertrouwde gids in persoonlijke ontwikkeling
In gesprekken met de bestuurders (Paul Adels, Annerie Brenninkmeijer, Rachel van den Hoogen, Herman Horst, Egid van Houtem, Albert Kivits, en Geja Olijnsma) ontstaat een rijk beeld van hoe zij de rol van bibliotheekorganisaties in de toekomst zien. Er is veel overeenstemming over de maatschappelijke betekenis van bibliotheken, maar tegelijkertijd verschillen zij van inzicht over de mate waarin bibliotheken zich moeten verbreden, welke doelgroepen prioriteit verdienen en hoe ver zij moeten gaan in hun maatschappelijke rol- en taakopvatting. Eén van de sterkste overeenkomsten tussen de geïnterviewden is hun overtuiging dat bibliotheken inmiddels een andere functie vervullen dan vroeger en dat het transitieproces nog zal doorgaan: de bibliotheek kan een trusted advisor of gids worden naar persoonlijke ontwikkeling.

Herman Horst beschrijft hoe het netwerk zich heeft ontwikkeld van een organisatie gericht op het opbouwen en ter beschikking stellen van collectie, naar een brede maatschappelijke en educatieve infrastructuur. En daarbij staan onderwerpen als geletterdheid, digitale inclusie en participatie centraal. Initiatieven zoals de Bibliotheek op School, Taalhuizen en Informatiepunten Digitale Overheid zijn volgens hem voorbeelden van succesvolle sectorinnovaties die tien jaar geleden nauwelijks bestonden, maar inmiddels met elkaar tot een essentiële voorziening zijn uitgegroeid. Ook Albert Kivits benoemt deze beweging nadrukkelijk. Hij spreekt over de bibliotheek als "ontwikkelaar van mensen": idealiter een leven lang en zowel persoonlijk als maatschappelijk!

Stimuleren van het “Leven Lang Ontwikkelen” en het “mee kunnen doen” van, voor en door zoveel mogelijk inwoners is waar het dan om gaat. Die opgave is complexer geworden. Want het media- en informatielandschap is enorm veranderd en zal ook onder invloed van technologische ontwikkelingen ingrijpend blijven veranderen.

Ook Egid van Houtem ziet kansen voor bibliotheken om platformen te organiseren die persoonlijke ontwikkeling verbinden met onderwijs, maatschappelijke organisaties en lokale gemeenschappen. Loskomen van de rol als aanbieder van producten, diensten, dienstverlening en programma’s is hierin de gemene deler: het doel is belangrijker dan de vorm. Rachel van den Hoogen verwoordt dit mooi:

Wie vervolgens uitzoomt en kijkt naar de bibliotheekbranche als geheel ziet dat het bieden van laagdrempelige toegang tot betrouwbare bronnen van kennis en cultuur in een veilige leer- en ontwikkelomgeving al decennia onverminderd relevant is gebleven voor miljoenen verbonden bibliotheekgebruikers.

Want los van belangrijke aanpassingen in de Bibliotheekwet anno nu: het hoofddoel uit artikel 4 wijkt niet principieel van de historische oorsprong af: bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling en het verbeteren van de maatschappelijke kansen van het algemene publiek.

Wij constateren hiermee dat het effectief stimuleren van “Leven Lang Ontwikkelen” de uiteindelijke bedoeling van de wetgever is. Daarmee is “het bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie” in onze ogen de belangrijkste van de vijf wettelijke functies. De andere vier (leesbevordering, kennis en informatie, ontmoeting en debat, kunst en cultuur) zijn daaraan ondersteunend. Waarbij “leesbevordering” geen doel op zich is, maar een middel.

De ‘derde plek’, met perspectief en focus
Ondanks, of misschien wel versterkt door, alle digitalisering, verwachten de geïnterviewden dat de betekenis van wijdvertakte vestigingen zal toenemen. Het belang van een ‘derde plek’, zoals socioloog Ray Oldenburg bepleit in ‘The Great Good Place’ (1989) kwam in verschillende vraaggesprekken voorbij.

Paul Adels kijkt onder meer naar Scandinavische voorbeelden en pleit voor een "post-digitale bibliotheek" waarin menselijke ontmoeting juist belangrijker wordt naarmate technologie dominanter aanwezig is. Hij zegt hierover: ‘Veel mensen komen juist naar de bibliotheek omdat zij met een echt mens contact willen hebben. Digitale hulpmiddelen zijn nuttig, maar mogen de menselijke ontmoeting niet vervangen. ‘

Deze ontmoetingsfunctie zien de meeste geïnterviewden als een onderscheidende kracht die niet door digitale alternatieven kan worden vervangen. Maar om van een op ontmoetingen ingericht gebouw een echte ‘third place’ te maken, vraagt extra inspanningen zodat nog meer mensen zich er gezien en thuis gaan voelen.

De Nederlandse bibliotheek staat er goed voor. Dankzij de Bibliotheekwet uit 2015, gezamenlijke netwerkagenda’s en collectieve innovaties is zij uitgegroeid tot een brede maatschappelijke voorziening voor miljoenen mensen. Maar juist die sterke positie schept nieuwe verantwoordelijkheid. De verwachtingen van subsidiegevers groeien, terwijl digitalisering, afnemende leesvaardigheid, polarisatie en kunstmatige intelligentie de samenleving ingrijpend veranderen. Stilstaan is daarom geen optie. De vraag is niet óf de bibliotheek zich verder moet ontwikkelen, maar welke betekenisvolle keuzes zij vandaag moet maken om ook overmorgen relevant te zijn. In gesprekken met bibliotheekdirecteuren bespraken wij welke ontwikkelingen bepalend zijn voor hun ambities en koers voor de komende jaren en welke dilemma’s ze daarbij tegenkomen.

Betekenisvolle keuzes in turbulente tijden

Tekst: Peter van Eijk, Ronald Provoost en Rob Beltman (zie kader over de auteurs)
• Openingsfoto: Adobe Stock

Toekomstscenario’s

Thema’s voor de toekomst