Titelgravure met de mythologische Penelope. Penélopé, band II (1822-1823), KW 9195 G 20.

Plaat met illustraties van sieraden die zijn gevlochten van mensenhaar. Het krukje met klosjes in het midden dient als hulpmiddel bij het vlechten. Plaat voor pagina 73. Penélopé, band II (1822-1823), KW 9195 G 20.

Titelpagina. Penélopé, band II (1822-1823), KW 9195 G 20.

Plaat met illustraties van vijf beursjes, waarvan E en F gehaakt zijn. Plaat na pagina 72. Penélopé, band II (1822-1823), KW 9195 G 20.

Het eerste succesvolle tijdschrift voor vrouwen

Beschrijving van ‘een gehekeld beursjes, au crochet, simple á jour’, detail van pagina 93. Penélopé, band II (1822-1823), KW 9195 G 20.

Plaat met illustratie van een schelkoord dat met bloemen is versierd. Plaat na pagina 160. Penélopé, band I (1821-1821), KW 9195 G 19.

In 1821 verschijnt het eerste tijdschrift voor vrouwen dat tot een succes uitgroeide: Penélopé. Het blad bestaat uit twee gedeeltes: ‘Handwerken’ en ‘Lektuur’. In deze aflevering van Topstukken van de KB bespreekt collectiespecialist Karin Vingerhoets hoe het damesblad over handwerken schreef.

Penélopé, een ‘maandwerk aan het vrouwelijk geslacht toegewijd’

TOPSTUKKEN van de kb

TEKST: Karin Vingerhoets, collectiespecialist KB
FOTO'S: KB BEELDSTUDIO 

De meeste tijdschrifttitels bestaan uit één woord, en vaak is dat een naam. Margriet, Ariadne, Jan. Strikt genomen was dat in het geval van Penélopé, het allereerste damesblad van Nederland, niet anders. Al was de volledige naam van dit tijdschrift indrukwekkend lang: Penélopé, of maandwerk aan het vrouwelijk geslacht toegewijd: bevattende, de beschrijving en afbeelding van allerhande soorten van vrouwelijke handwerken, benevens eenige lektuur over onderwerpen uit den vrouwelijken kring.

Penélopé, zoals het blad meestal werd genoemd, verscheen tussen 1821 en 1835. De eerste aflevering van het tijdschrift opent met een fictief gesprek tussen moeder en dochter dat fungeert als voorwoord. Via deze omweg geeft de redactrice van het tijdschrift, de bekende schrijfster Anna Barbara van Meerten-Schilperoord, informatie over het nieuwe tijdschrift aan de lezers. Moeder en dochter bespreken dat er al meerdere van zulke tijdschriften zijn in het Frans en Duits, maar niet in het ‘Hollands’. Dat was strikt genomen niet helemaal waar, want er waren voorgangers, maar Penélopé zou wél het eerste langlopende Nederlandse vrouwentijdschrift worden.

In het gesprek vertelt de moeder over de mythologische Penelope, die bekendstond om haar weefwerk. In de Griekse mythologie is Penelope de vrouw van Odysseus, die niet is teruggekeerd van de jarenlange Trojaanse oorlog. Talloze aanbidders dingen om haar hand, maar Penelope wil niet met een van hen trouwen. Ze vertelt dat ze eerst de lijkwade voor haar bejaarde schoonvader wil weven en pas als dat werk klaar is, zal ze een keuze maken. Maar ’s nachts haalt ze draden uit, zodat het weefsel nooit af komt. In de titelgravure van het tijdschrift is Penelope afgebeeld, zittend aan haar weefgetouw en omringd door vrijers.

Op intekening
Het publiceren van een nieuw boek of tijdschrift was duur, dus boekhandelaren (die toen ook uitgevers waren) vroegen mensen om in te tekenen om van voldoende klandizie verzekerd te zijn. De lijst met intekenaren werd vervolgens in het tijdschrift gepubliceerd, waardoor de lezers toen (en onderzoekers nu) kunnen zien wie er geabonneerd waren. Bij Penélopé stond Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, Anna Paulowna, bovenaan de lijst. Ze had ingetekend voor zes exemplaren van het tijdschrift.

Penélopé werd uitgegeven in losse afleveringen, die per twee jaar gebundeld konden worden tot forse banden. Elke aflevering bestond uit twee gedeeltes: ‘Handwerken’ en ‘Lektuur’. In het handwerkgedeelte zijn kleine zwart-wittekeningen opgenomen en enkele prachtige handgekleurde platen. Een abonnement op een dergelijk tijdschrift was vanwege de hoge kosten niet voor iedereen weggelegd, maar begin 19e eeuw ontstonden (met overheidsgeld gefinancierde) openbaar toegankelijke leeszalen en bibliotheken, waar tegen betaling ook tijdschriften zoals Penélopé te lezen en lenen waren. Dat maakte het blad toegankelijk voor een grotere groep vrouwen.

Fraaie handwerken
Een deel van de inhoud bestaat uit uitleg van handwerktechnieken en het maken van werkstukken, die vooral een decoratieve functie hebben. Bijvoorbeeld:

• Een schilderij met vruchten en bloemen op laken of fluweel.
• Een schelkoord met bloemen (om de bediendenbel te rinkelen).
• Een gibéciére (buideltasje) van weitasknopen (macramé).
• Een halsketting van meloenpitten.
• Een sigaarkoker van zwart fluweel met petit pointe borduurwerk.
• Horologie (horloge)-bandjes: gebreid, geborduurd of met kraaltjes.
• Een beschilderde hand-écran (waaier) van hout en zijde.
• Een vrijmetselaars-voorschoot met goudborduurwerk.
• Een medaillon met bloemenversieringen van mensenhaar.
• Een papieren zuil als schoorsteenornament om zwavelstokken in op te bergen.
• Speldenkussentjes in de vorm van vruchten, gevuld met ijzervijlsel om roest tegen te gaan.
• Koorden gemaakt op een hooivorkje (lucet) of kokertje met zes pennetjes (punnikklosje).

Beschrijvingen van huishoudelijk textiel en kleding vind je nauwelijks, op een enkel patroon voor een kanten kapje na. Het gaat om ‘fraaie handwerken’, niet om ‘nuttige handwerken’. De projecten en technieken zijn bedoeld voor meisjes en jonge vrouwen die tijd en geld kunnen besteden om hun huiselijke omgeving te verfraaien. Bloemmotieven borduren lijkt de populairste bezigheid. Af en toe worden varianten genoemd die geschikt zijn om kleine kinderen bezig te houden, bijvoorbeeld kralen rijgen of het versieren van winterpantoffels voor grootpapa.

Mevrouw van Meerten-Schilperoord vond dat de handwerkteksten vooral duidelijk moesten zijn, bloemrijker taalgebruik vind je in het verhalende gedeelte van het tijdschrift. De redactrice raadde lezeressen aan om de instructies nauwgezet te volgen, want dan werd het doorgaans vanzelf duidelijk wat men moet doen. En bovenal was het belangrijk om netjes te werken: ‘Het merk van netheid en keurigheid […] behoort gedrukt te staan op iederen arbeid; vooral op dien, welke uit eene vrouwelijke hand komt.’

Moeite voor materialen
Een hedendaagse handwerker fietst naar de lokale wolwinkel of vult in een handomdraai een online winkelmandje met handwerkbenodigdheden. Begin 19e eeuw lag dat natuurlijk anders. Regelmatig moest er bij een ambachtsman een bestelling worden gedaan om een werkstuk uit Penélopé te kunnen maken, bijvoorbeeld voor een mandje van stro dat vervolgens met zijde en linten versierd kan worden. Ook de pottenbakker, blikslager en glazenier komen voorbij, en soms wordt een specifieke handelaar genoemd in Amsterdam of Utrecht. Blijkbaar deed men die moeite om de juiste zijden of fluwelen stoffen te bemachtigen.

Desondanks ontkwam de lezeres er niet aan om sommige benodigdheden zelf te maken, zoals schilderverf van pigmenten, gevlochten koorden of lijm. Hierbij het recept voor tragakanthgom, een lijmstof die niet doordrukt en koud gebruikt kan worden: ‘Men weekt dezelve 24 uren in koud water, kookt ze zacht in het stroobad, wringt ze door eene ijle stof, giet er wat perkament-lijm door, verdunt ze met brandewijn en bewaart ze in eene geslotene flesch.’ Je kunt ook vischlijm maken.

Het oudste haakpatroon?
Handwerktechnieken als spinnen, weven en borduren bestaan al sinds de oudheid. De geschiedenis van breien gaat ook al eeuwen terug, maar haken is relatief nieuw. Het ontstaat aan het begin van de 19e eeuw. In meerdere internationale bronnen wordt Penélopé genoemd als eerste plaats waar een haakpatroon is gepubliceerd en de term ‘crochet’ wordt gebruikt voor haken.

Het werken met een crochet, hekeltje of eene tambourennaald schijnt een bijzondere slag te zijn. Er zijn jonge lieden, die hiermede zeer goed te regt kunnen; anderen leeren het bijna nooit handig of vlug. De werkjes, met dezelve vervaardigd, zijn thans zeer in trek. Wij willen er eenige van opgeven, doch eerst met een paar woorden, er zoo duidelijk mogelijk, er den eigenlijken steek van beschrijven (Penélopé, deel II, 1822/1823, p. 93).

Vervolgens worden haaksteken uitgelegd waarmee men een gehaakt beursje kan maken.

Raadpleegbaarheid
In de KB-collectie worden twee incomplete reeksen van Penélopé bewaard. De aanvraagnummers zijn KW 9195 G 19 [-24] en KW TM 0226. De jaargangen kunnen ter inzage worden aangevraagd. De banden zijn ook gedigitaliseerd en online beschikbaar via Google Books.

Bibliotheekblad 5 • mei 2024

Plaat met illustraties van sieraden die zijn gevlochten van mensenhaar. Het krukje met klosjes in het midden dient als hulpmiddel bij het vlechten. Plaat voor pagina 73. Penélopé, band II (1822-1823), KW 9195 G 20.

Titelpagina. Penélopé, band II (1822-1823), KW 9195 G 20.

Beschrijving van ‘een gehekeld beursjes, au crochet, simple á jour’, detail van pagina 93. Penélopé, band II (1822-1823), KW 9195 G 20.

Plaat met illustraties van vijf beursjes, waarvan E en F gehaakt zijn. Plaat na pagina 72. Penélopé, band II (1822-1823), KW 9195 G 20.

Plaat met illustratie van een schelkoord dat met bloemen is versierd. Plaat na pagina 160. Penélopé, band I (1821-1821), KW 9195 G 19.

Titelgravure met de mythologische Penelope. Penélopé, band II (1822-1823), KW 9195 G 20.

Voorkant van De diamant van den Radja.

Het eerste succesvolle tijdschrift voor vrouwen

Bibliotheekblad 5 • mei 2024

In 1821 verschijnt het eerste tijdschrift voor vrouwen dat tot een succes uitgroeide: Penélopé. Het blad bestaat uit twee gedeeltes: ‘Handwerken’ en ‘Lektuur’. In deze aflevering van Topstukken van de KB bespreekt collectiespecialist Karin Vingerhoets hoe het damesblad over handwerken schreef.

Penélopé, een ‘maandwerk aan het vrouwelijk geslacht toegewijd’

TEKST: Karin Vingerhoets, collectiespecialist KB
FOTO'S: KB BEELDSTUDIO 

TOPSTUKKEN van de kb

De meeste tijdschrifttitels bestaan uit één woord, en vaak is dat een naam. Margriet, Ariadne, Jan. Strikt genomen was dat in het geval van Penélopé, het allereerste damesblad van Nederland, niet anders. Al was de volledige naam van dit tijdschrift indrukwekkend lang: Penélopé, of maandwerk aan het vrouwelijk geslacht toegewijd: bevattende, de beschrijving en afbeelding van allerhande soorten van vrouwelijke handwerken, benevens eenige lektuur over onderwerpen uit den vrouwelijken kring.

Penélopé, zoals het blad meestal werd genoemd, verscheen tussen 1821 en 1835. De eerste aflevering van het tijdschrift opent met een fictief gesprek tussen moeder en dochter dat fungeert als voorwoord. Via deze omweg geeft de redactrice van het tijdschrift, de bekende schrijfster Anna Barbara van Meerten-Schilperoord, informatie over het nieuwe tijdschrift aan de lezers. Moeder en dochter bespreken dat er al meerdere van zulke tijdschriften zijn in het Frans en Duits, maar niet in het ‘Hollands’. Dat was strikt genomen niet helemaal waar, want er waren voorgangers, maar Penélopé zou wél het eerste langlopende Nederlandse vrouwentijdschrift worden.

In het gesprek vertelt de moeder over de mythologische Penelope, die bekendstond om haar weefwerk. In de Griekse mythologie is Penelope de vrouw van Odysseus, die niet is teruggekeerd van de jarenlange Trojaanse oorlog. Talloze aanbidders dingen om haar hand, maar Penelope wil niet met een van hen trouwen. Ze vertelt dat ze eerst de lijkwade voor haar bejaarde schoonvader wil weven en pas als dat werk klaar is, zal ze een keuze maken. Maar ’s nachts haalt ze draden uit, zodat het weefsel nooit af komt. In de titelgravure van het tijdschrift is Penelope afgebeeld, zittend aan haar weefgetouw en omringd door vrijers.

Op intekening
Het publiceren van een nieuw boek of tijdschrift was duur, dus boekhandelaren (die toen ook uitgevers waren) vroegen mensen om in te tekenen om van voldoende klandizie verzekerd te zijn. De lijst met intekenaren werd vervolgens in het tijdschrift gepubliceerd, waardoor de lezers toen (en onderzoekers nu) kunnen zien wie er geabonneerd waren. Bij Penélopé stond Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, Anna Paulowna, bovenaan de lijst. Ze had ingetekend voor zes exemplaren van het tijdschrift.

Penélopé werd uitgegeven in losse afleveringen, die per twee jaar gebundeld konden worden tot forse banden. Elke aflevering bestond uit twee gedeeltes: ‘Handwerken’ en ‘Lektuur’. In het handwerkgedeelte zijn kleine zwart-wittekeningen opgenomen en enkele prachtige handgekleurde platen. Een abonnement op een dergelijk tijdschrift was vanwege de hoge kosten niet voor iedereen weggelegd, maar begin 19e eeuw ontstonden (met overheidsgeld gefinancierde) openbaar toegankelijke leeszalen en bibliotheken, waar tegen betaling ook tijdschriften zoals Penélopé te lezen en lenen waren. Dat maakte het blad toegankelijk voor een grotere groep vrouwen.

Fraaie handwerken
Een deel van de inhoud bestaat uit uitleg van handwerktechnieken en het maken van werkstukken, die vooral een decoratieve functie hebben. Bijvoorbeeld:

• Een schilderij met vruchten en bloemen op laken of fluweel.
• Een schelkoord met bloemen (om de bediendenbel te rinkelen).
• Een gibéciére (buideltasje) van weitasknopen (macramé).
• Een halsketting van meloenpitten.
• Een sigaarkoker van zwart fluweel met petit pointe borduurwerk.
• Horologie (horloge)-bandjes: gebreid, geborduurd of met kraaltjes.
• Een beschilderde hand-écran (waaier) van hout en zijde.
• Een vrijmetselaars-voorschoot met goudborduurwerk.
• Een medaillon met bloemenversieringen van mensenhaar.
• Een papieren zuil als schoorsteenornament om zwavelstokken in op te bergen.
• Speldenkussentjes in de vorm van vruchten, gevuld met ijzervijlsel om roest tegen te gaan.
• Koorden gemaakt op een hooivorkje (lucet) of kokertje met zes pennetjes (punnikklosje).

Beschrijvingen van huishoudelijk textiel en kleding vind je nauwelijks, op een enkel patroon voor een kanten kapje na. Het gaat om ‘fraaie handwerken’, niet om ‘nuttige handwerken’. De projecten en technieken zijn bedoeld voor meisjes en jonge vrouwen die tijd en geld kunnen besteden om hun huiselijke omgeving te verfraaien. Bloemmotieven borduren lijkt de populairste bezigheid. Af en toe worden varianten genoemd die geschikt zijn om kleine kinderen bezig te houden, bijvoorbeeld kralen rijgen of het versieren van winterpantoffels voor grootpapa.

Mevrouw van Meerten-Schilperoord vond dat de handwerkteksten vooral duidelijk moesten zijn, bloemrijker taalgebruik vind je in het verhalende gedeelte van het tijdschrift. De redactrice raadde lezeressen aan om de instructies nauwgezet te volgen, want dan werd het doorgaans vanzelf duidelijk wat men moet doen. En bovenal was het belangrijk om netjes te werken: ‘Het merk van netheid en keurigheid […] behoort gedrukt te staan op iederen arbeid; vooral op dien, welke uit eene vrouwelijke hand komt.’

Moeite voor materialen
Een hedendaagse handwerker fietst naar de lokale wolwinkel of vult in een handomdraai een online winkelmandje met handwerkbenodigdheden. Begin 19e eeuw lag dat natuurlijk anders. Regelmatig moest er bij een ambachtsman een bestelling worden gedaan om een werkstuk uit Penélopé te kunnen maken, bijvoorbeeld voor een mandje van stro dat vervolgens met zijde en linten versierd kan worden. Ook de pottenbakker, blikslager en glazenier komen voorbij, en soms wordt een specifieke handelaar genoemd in Amsterdam of Utrecht. Blijkbaar deed men die moeite om de juiste zijden of fluwelen stoffen te bemachtigen.

Desondanks ontkwam de lezeres er niet aan om sommige benodigdheden zelf te maken, zoals schilderverf van pigmenten, gevlochten koorden of lijm. Hierbij het recept voor tragakanthgom, een lijmstof die niet doordrukt en koud gebruikt kan worden: ‘Men weekt dezelve 24 uren in koud water, kookt ze zacht in het stroobad, wringt ze door eene ijle stof, giet er wat perkament-lijm door, verdunt ze met brandewijn en bewaart ze in eene geslotene flesch.’ Je kunt ook vischlijm maken.

Het oudste haakpatroon?
Handwerktechnieken als spinnen, weven en borduren bestaan al sinds de oudheid. De geschiedenis van breien gaat ook al eeuwen terug, maar haken is relatief nieuw. Het ontstaat aan het begin van de 19e eeuw. In meerdere internationale bronnen wordt Penélopé genoemd als eerste plaats waar een haakpatroon is gepubliceerd en de term ‘crochet’ wordt gebruikt voor haken.

Het werken met een crochet, hekeltje of eene tambourennaald schijnt een bijzondere slag te zijn. Er zijn jonge lieden, die hiermede zeer goed te regt kunnen; anderen leeren het bijna nooit handig of vlug. De werkjes, met dezelve vervaardigd, zijn thans zeer in trek. Wij willen er eenige van opgeven, doch eerst met een paar woorden, er zoo duidelijk mogelijk, er den eigenlijken steek van beschrijven (Penélopé, deel II, 1822/1823, p. 93).

Vervolgens worden haaksteken uitgelegd waarmee men een gehaakt beursje kan maken.

Raadpleegbaarheid
In de KB-collectie worden twee incomplete reeksen van Penélopé bewaard. De aanvraagnummers zijn KW 9195 G 19 [-24] en KW TM 0226. De jaargangen kunnen ter inzage worden aangevraagd. De banden zijn ook gedigitaliseerd en online beschikbaar via Google Books.