AI / Kunstmatige intelligentie

Wouter Touw is fondsmanager bij Stichting Bibliotheekwerk.

Suzette Pauwels werkt als programmacoördinator digitaal burgerschap en programmamaker Technologie bij Bibliotheek Berkel en IJssel.

Floris de Jong is projectleider bij Stichting Bibliotheekwerk, het arbeidsmarktfonds voor openbare bibliotheken. Stichting Bibliotheekwerk organiseert een denktank waarin werkgevers en werknemers samen nadenken over de gevolgen van AI voor het bibliotheekwerk.

Jeroen de Boer werkt bij de KB nationale bibliotheek en is lid van het programmateam digitaal burgerschap. AI is een van de thema’s binnen dit programma. Ook is hij aangesloten bij het WaU-traject AI en Ethiek en de AI-denktank van Stichting Bibliotheekwerk.

De geïnterviewden

Waarom bibliotheekmedewerkers meer moeten weten over AI

We leren onze bezoekers omgaan met AI. Met de risico’s die deze technologie biedt, én met de kansen. Maar weten we zelf genoeg over kunstmatige intelligentie? Hoe zorgen we dat we het verantwoord gebruiken? En hoe zorgen we dat ons werk leuk blijft als het (misschien) verandert door AI? Een gesprek met vier collega’s (zie kader) die zich buigen over deze vragen.

En hoe we het verantwoord én leuk kunnen inzetten

Tekst: Tekst: Antoinette Brummelink (tekstschrijver bij KB nationale bibliotheek) • Hoofdfoto: Shutterstock

Jeroen de Boer: Hoe belangrijk is het thema AI voor bibliotheken?
‘Het is een van de belangrijkste thema’s. Bibliotheken bieden er graag programmering over aan. Hun bezoekers vragen daar ook om. Tegelijk zien we dat de zorgen over AI toenemen bij bibliotheekmedewerkers.’

Hoe komt dat?
‘Deelnemers uiten hun zorgen. Zij zien en lezen het nieuws. Ze horen bijvoorbeeld over de milieuvraagstukken die komen kijken bij AI. Of dat er letterlijk en figuurlijk doden door vallen.’

Doden?
‘Mensen in lagelonenlanden controleren de AI-content op schokkende beelden, die soms onvoorstelbaar zijn. Die mensen zien of lezen verschrikkelijke dingen. Omdat goede nazorg ontbreekt, maken sommige redacteuren daardoor een einde aan hun leven. Niet alleen de deelnemers aan activiteiten zien en lezen dit, ook bibliotheekmedewerkers zelf natuurlijk. Ze beseffen dat voor elke vraag die jij stelt aan AI, iemand vuil werk moet doen. Dus zij vragen zich dan af: moeten we hier wel iets mee?’

Goede vraag. Moeten we iets met AI?
Floris de Jong: ‘Het is een te groot onderdeel van onze samenleving geworden om het te negeren. Bezoekers van bibliotheken stellen er vragen over, zoals Jeroen zegt. Dan moeten we er zelf ook iets over weten. Practice what you preach. Maar op het Nationale Bibliotheekcongres hoorden we tijdens ons panelgesprek dezelfde vraag: “wat moeten we ermee doen?’’’

Jeroen de Boer: ‘Moeten we er iets mee? Moeten we er altijd iets mee? Dat zijn vragen die we moeten beantwoorden met elkaar. Maar hoe maak je die afweging? Wanneer zet je AI in? Wanneer niet? En als je het inzet, welke systemen gebruik je dan? Voldoen die aan onze waarden? Bibliotheken hebben handvatten nodig om deze vragen te beantwoorden. En ze moeten zorgen dat hun medewerkers deze afwegingen zelf ook kunnen maken. Anders gezegd, ze moeten zorgen voor AI-geletterdheid.’

Suzette Pauwels: ‘Ik kom dit soort vragen ook tegen bij de interne workshops die ik geef over AI. Een paar jaar geleden begon ik altijd met de vraag aan collega’s: wat weten jullie al van AI? Gebruik je het al? Waarom wel, of waarom juist niet? Toen gebruikte een ruime meerderheid nog geen AI. Nu is er bijna niemand meer die het níét gebruikt. Met ook veel experimenteel gebruik, waar best risico’s aan kleven. Ik merk dat ik nu andere vragen krijg bij de workshops dan een paar jaar geleden: wat is ons beleid? Pleeg ik geen plagiaat? Belast ik het milieu hiermee? En ik heb niet op alles een antwoord. Of ik vind het niet aan mij om het te geven: sommige vragen moeten organisaties zelf beantwoorden. Ik kreeg op een gegeven moment ook wat moeite met mijn rol bij deze workshops trouwens.’

Moeite met je rol?
Suzette Pauwels:
‘Ik voelde me steeds meer een promotor van AI. Ik gaf allerlei kanttekeningen mee bij de tools die ik presenteerde. Dat AI niet altijd voldoet aan de publieke waarden waar wij als sector voor staan. Maar het is net als met taart: als je een taart ziet, dan wil je een stukje proeven. Dan kun je wel zeggen “pas op, er zit veel suiker in”, maar daar luisteren mensen niet meer naar. Zo ging het ook met de tools waar ik over vertelde. Mensen werden er meteen enthousiast over. Terwijl mijn doel juist was om verantwoord gebruik van AI te stimuleren en ook ruimte te houden voor de conclusie dat AI soms níét de beste oplossing is.’

Dus het gesprek over AI is anders dan een paar jaar geleden?
Suzette Pauwels: ‘We praten nu veel meer over vragen als: gaat AI ons werk overnemen? En ook over het gevoel dat mensen daarbij hebben. Tijdens de workshops geven we daarnaast ook praktische tips, bijvoorbeeld om geen privacygevoelige informatie in AI-tools in te voeren. We geven deze workshops niet alleen aan medewerkers, maar ook aan bezoekers. Dat doen we binnen ons programma digitaal burgerschap: Meedoen BIJ de bieb. Vaak horen we dan reacties als: “Ik hoorde mijn kleinkinderen erover en nu snap ik wat het is.” Vervolgens maakt iedereen daarin zijn eigen keuze. De ene bezoeker besluit bijvoorbeeld een reis te gaan plannen met AI, terwijl een ander zegt: ik ga het nooit gebruiken.’

Wat antwoorden jullie op de vraag of AI ons werk gaat veranderen?
Suzette Pauwels: ‘Ik zeg: dat lijkt me wel, ja. Maar werk verandert altijd, toch? Ik denk wel dat de AI-hype weer afvlakt. Er zijn heel veel beloftes, zoals “het gaat ons werk efficiënter maken”. Maar die komen van bedrijven die daar een commercieel belang bij hebben. Als we steeds meer vertrouwen op AI, dan bouwen we zelf minder kennis en minder vaardigheden op. Als dat te lang doorgaat, dan veranderen niet alleen de werkzaamheden. Dan verandert de bibliotheekmedewerker zelf.’

En dat wil je niet?
Suzette Pauwels: ‘Nee, zeg. AI is zelf niet zo slim. Het mist de ervaring van de echte wereld. Onze medewerkers staan tussen de mensen, zien wat er gebeurt en begrijpen de verhalen achter de vragen van bezoekers. Die menselijke kennis is ontzettend waardevol en kun je niet zomaar vervangen.’

Wouter Touw: ‘Maar het is ook varen in de mist, bij wijze van spreken. We weten het niet goed. Het zou inderdaad kunnen dat het werk gaat veranderen. Dat we andere vaardigheden nodig gaan hebben. Het zou ook kunnen dat de inzet van AI ervoor zorgt dat er meer tijd overblijft voor werkzaamheden waar meer persoonlijk contact voor nodig is. Uit het voorzichtige onderzoek dat er inmiddels is, komt in ieder geval naar voren dat we moeten nadenken over wat we met de verschillende mogelijke uitkomsten gaan doen. Levert het tijdwinst op? Wat gaan we met die tijd doen? En wat betekent het voor de organisatie van het werk? Mogelijk betekent het minder administratie, minder werkdruk en meer menselijk contact. Want daar is dan de tijd voor.’

Floris de Jong: ‘Over die veranderingen moet je samen nadenken. Want welke vaardigheden heb je dan nodig als er meer menselijke interactie komt? Welke rol heb je als bibliotheekmedewerker en wat vraagt dat van je als inwoners al via een AI-instrument informatie over een boek hebben gevraagd en gekregen? Die vragen bespreken werkgevers en werknemers samen in de denktank van Stichting Bibliotheekwerk.’

Wouter Touw: ‘Dat moet uiteindelijk leiden tot inzicht in de uitdagingen die de sector tegenkomt de komende jaren, als we AI opnemen in het werkproces. En dan specifiek wat betreft de kwaliteit van het werk. Als dat inzicht er is, en als we AI verantwoord kunnen inzetten, creëren we ruimte voor de mooie gevolgen.’

Deze denktank denkt dus na over de mogelijke gevolgen van AI voor medewerkers in de sector?
Floris de Jong: ‘Klopt, over de kwaliteit van hun werk, hoe zij hun werk kunnen doen, hun werk beleven, waarom ze überhaupt voor een bibliotheek werken en over hoe we het werk organiseren. In mei 2026 zijn we gestart met de bijeenkomsten. Tot halverwege 2027 komen we elk kwartaal bij elkaar. We hebben bewust een eindpunt gekozen. Anders praten we er eindeloos over door. Sterker nog: we lopen al het risico dat we ingehaald worden door de actualiteit, de ontwikkelingen gaan snel.’

Wouter Touw: ‘Na de bijeenkomsten brengen we verslag uit voor de sociale partners, dus de vakbonden en de VOB. Dit verschijnt eind 2027. Hierin komen adviezen te staan over onder andere de inzetbaarheid van personeel. Bijvoorbeeld over welke mogelijke uitgangspunten voor scholing en begeleiding belangrijk zijn, over mogelijke relevante aspecten in de arbeidsomstandigheden, over autonomie en over werkdruk.’

Wie zitten er in de denktank?
Wouter Touw:
‘Mensen uit de branche die al op verschillende manieren bezig zijn met AI. Iemand die betrokken was bij het ontwikkelen van een chatbot voor bibliotheken bijvoorbeeld. Een collega die helpt bij het ontwikkelen van programmering rond digitale vaardigheden. Meerdere mensen uit het WaU-traject Ai en Ethiek (Werk aan Uitvoering, red.) die nadenken over de ethische kant van AI, Jeroen de Boer bijvoorbeeld. Een mooie groep collega’s die allemaal vanuit hun eigen perspectief naar AI kijken.’

Vertel eens wat over dat WaU-traject?
Jeroen de Boer: ‘Er vindt een traject plaats waarin collega’s kijken naar de ethische kant van AI. Hierin zoeken we samen naar antwoorden op de vragen die we noemden.’

Suzette Pauwels: ‘We hebben daar al veel in bereikt. We hebben uitgangspunten voor verantwoord AI-gebruik opgesteld die we gaan toetsen in de sector. Bijvoorbeeld dat we AI alleen inzetten als we duurzaamheid meegewogen hebben in het proces. En dat de AI-systemen die we gebruiken net zo betrouwbaar moeten zijn als de bibliotheek. We willen ook transparant zijn over het gebruik.’

Waarom zijn deze uitganspunten opgesteld?
Suzette Pauwels:
‘De WaU-trajecten zijn gestart na de toeslagenaffaire. Tijdens deze affaire zijn mensen benadeeld door vooroordelen, bias in algoritmes, om het kort samen te vatten. Dat wil de overheid in de toekomst voorkomen, met behulp van Werk aan Uitvoering. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat publieke organisaties transparant zijn over hoe zij persoonsgegevens gebruiken. Onze inwoners hebben dan het recht om te weten hoe bibliotheken omgaan met hun gegevens. Zodat het vertrouwen in de publieke dienstverlening weer wordt versterkt.

Ik begreep dat jullie nog op zoek zijn naar AI-pilots in de bibliotheeksector?
Suzette Pauwels:
‘Klopt! We hebben aan het begin van het WaU-traject heel veel informatie opgehaald bij bibliotheken en POI’s: waar lopen jullie tegen aan, welke kennis hebben jullie nodig, welke vaardigheden. Nu werken we aan een toolbox die bibliotheken kunnen gebruiken om hun AI-beleid vorm te geven. We trekken hierin onder andere op met partners als TNO en DEN. Maar we zoeken nog AI-pilots in de bibliotheeksector waar we bij kunnen aansluiten. Waar we informatie kunnen delen, kunnen meedenken en onze bevindingen kunnen checken bij het netwerk. Dus als mensen aan dit soort pilots werken: mail me, s.pauwels@bijdebieb.nl. Alle feedback die we ophalen, nemen we mee in het traject.’

Stel, mensen hebben vragen over de gevolgen van AI voor hun werk. Wat zeggen jullie dan tegen deze mensen?
Floris de Jong: ‘Dat we nog niet precies weten wat de impact gaat zijn op het werken in de sector. We moeten zowel de positieve als de negatieve impact nog scherper in kaart krijgen. Ik denk alleen wel dat het verleden ons leert dat nieuwe technologieën ons werk kunnen veranderen. Het kan dus heel goed dat je werk positief verandert.’

Suzette Pauwels: ‘Ik snap zowel de zorgen als het wensdenken. AI kan een hulpmiddel zijn, maar de mens houdt de regie. Uiteindelijk ben jij degene die de afweging maakt, niet de technologie.’

Waar kunnen mensen terecht als ze vragen hebben?
Wouter Touw: ‘Om te beginnen in hun eigen organisatie natuurlijk. Praat erover met collega’s, met de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of met je leidinggevende: hoe gebruik jij AI, voel jij bezwaren, waarom wel of waarom niet?’

Kunnen mensen ook bij de denktank terecht?
Floris de Jong:
‘Heel graag. Het is voor de denktank fijn om alle perspectieven te horen. En ook als je geïnteresseerd bent om gedurende het hele denktanktraject met ons van gedachten te wisselen horen we graag van je. Mail mij gerust op f.deJong@caop.nl.

Wanneer zijn jullie tevreden?
Suzette Pauwels: ’Als bibliotheken kritisch en bewust met AI omgaan. Dat medewerkers weten wat wel en niet kan en de middelen hebben om daar verantwoord naar te handelen. Dan gebruik je AI niet omdat het moet of omdat iedereen het doet, maar omdat het past bij je publieke opdracht. Het ideale scenario? Dat onverantwoord gebruik van AI niet meer voorkomt.’

Wouter Touw: Als de adviezen uit de denktank leiden tot kaders voor het inrichten van zorgvuldig, netjes en inderdaad ethisch AI-beleid, dat rekening houdt met de mensen die het gebruiken. Als we dat gezamenlijk hebben opgesteld, met de sector en sociale partners. Met uitgangspunten waar zowel werkgevers als werknemers achter staan. En dat uiteindelijk mensen dus met nog meer plezier hun werk kunnen doen.’

We denken er als sector samen over na dus.
Jeroen de Boer: ‘Gelukkig wel. We waren te versplinterd, allemaal los van elkaar bezig met hetzelfde vraagstuk. Nu kijkt een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van onze sector wat ons bindt, zodat we uiteindelijk met één stem kunnen spreken. En steeds in gezamenlijkheid het beleid kunnen actualiseren. Dat is mooi.’

Bibliotheekblad 7 • september 2026

En hoe we het verantwoord én leuk kunnen inzetten

Waarom bibliotheekmedewerkers meer moeten weten over AI

We leren onze bezoekers omgaan met AI. Met de risico’s die deze technologie biedt, én met de kansen. Maar weten we zelf genoeg over kunstmatige intelligentie? Hoe zorgen we dat we het verantwoord gebruiken? En hoe zorgen we dat ons werk leuk blijft als het (misschien) verandert door AI? Een gesprek met vier collega’s (zie kader) die zich buigen over deze vragen.

Bibliotheekblad 7 • september 2026

Tekst: Tekst: Antoinette Brummelink (tekstschrijver bij KB nationale bibliotheek) • Hoofdfoto: Shutterstock

AI / Kunstmatige intelligentie

Naast de in dit artikel genoemde initiatieven, verzorgt GO opleidingen ook al enige tijd opleidingsactiviteiten gericht op de frontoffice. Naast de Basisopleiding Bibliotheken (13-daagse opleiding), die zich juist richt op de klantgerichte informatievaardigheden en communicatie op de werkvloer, zijn de laatste jaren ook titels zoals 'Omgaan met grensoverschrijdend gedrag', 'Digitale informatievaardigheden', 'Coach Digitaal Burgerschap' en 'Customer Journey' toegevoegd aan het aanbod. GO opleidingen richt zich op medewerkers, die al in de bibliotheek werkzaam zijn en hun kennis en vaardigheden op het juiste niveau willen brengen. Het gehele aanbod is te vinden op: www.goopleidingen.nl

Wouter Touw is fondsmanager bij Stichting Bibliotheekwerk.

Floris de Jong is projectleider bij Stichting Bibliotheekwerk, het arbeidsmarktfonds voor openbare bibliotheken. Stichting Bibliotheekwerk organiseert een denktank waarin werkgevers en werknemers samen nadenken over de gevolgen van AI voor het bibliotheekwerk.

Suzette Pauwels werkt als programmacoördinator digitaal burgerschap en programmamaker Technologie bij Bibliotheek Berkel en IJssel.

Jeroen de Boer werkt bij de KB nationale bibliotheek en is lid van het programmateam digitaal burgerschap. AI is een van de thema’s binnen dit programma. Ook is hij aangesloten bij het WaU-traject AI en Ethiek en de AI-denktank van Stichting Bibliotheekwerk.

De geïnterviewden

Jeroen de Boer: Hoe belangrijk is het thema AI voor bibliotheken?
‘Het is een van de belangrijkste thema’s. Bibliotheken bieden er graag programmering over aan. Hun bezoekers vragen daar ook om. Tegelijk zien we dat de zorgen over AI toenemen bij bibliotheekmedewerkers.’

Hoe komt dat?
‘Deelnemers uiten hun zorgen. Zij zien en lezen het nieuws. Ze horen bijvoorbeeld over de milieuvraagstukken die komen kijken bij AI. Of dat er letterlijk en figuurlijk doden door vallen.’

Doden?
‘Mensen in lagelonenlanden controleren de AI-content op schokkende beelden, die soms onvoorstelbaar zijn. Die mensen zien of lezen verschrikkelijke dingen. Omdat goede nazorg ontbreekt, maken sommige redacteuren daardoor een einde aan hun leven. Niet alleen de deelnemers aan activiteiten zien en lezen dit, ook bibliotheekmedewerkers zelf natuurlijk. Ze beseffen dat voor elke vraag die jij stelt aan AI, iemand vuil werk moet doen. Dus zij vragen zich dan af: moeten we hier wel iets mee?’

Goede vraag. Moeten we iets met AI?
Floris de Jong: ‘Het is een te groot onderdeel van onze samenleving geworden om het te negeren. Bezoekers van bibliotheken stellen er vragen over, zoals Jeroen zegt. Dan moeten we er zelf ook iets over weten. Practice what you preach. Maar op het Nationale Bibliotheekcongres hoorden we tijdens ons panelgesprek dezelfde vraag: “wat moeten we ermee doen?’’’

Jeroen de Boer: ‘Moeten we er iets mee? Moeten we er altijd iets mee? Dat zijn vragen die we moeten beantwoorden met elkaar. Maar hoe maak je die afweging? Wanneer zet je AI in? Wanneer niet? En als je het inzet, welke systemen gebruik je dan? Voldoen die aan onze waarden? Bibliotheken hebben handvatten nodig om deze vragen te beantwoorden. En ze moeten zorgen dat hun medewerkers deze afwegingen zelf ook kunnen maken. Anders gezegd, ze moeten zorgen voor AI-geletterdheid.’

Suzette Pauwels: ‘Ik kom dit soort vragen ook tegen bij de interne workshops die ik geef over AI. Een paar jaar geleden begon ik altijd met de vraag aan collega’s: wat weten jullie al van AI? Gebruik je het al? Waarom wel, of waarom juist niet? Toen gebruikte een ruime meerderheid nog geen AI. Nu is er bijna niemand meer die het níét gebruikt. Met ook veel experimenteel gebruik, waar best risico’s aan kleven. Ik merk dat ik nu andere vragen krijg bij de workshops dan een paar jaar geleden: wat is ons beleid? Pleeg ik geen plagiaat? Belast ik het milieu hiermee? En ik heb niet op alles een antwoord. Of ik vind het niet aan mij om het te geven: sommige vragen moeten organisaties zelf beantwoorden. Ik kreeg op een gegeven moment ook wat moeite met mijn rol bij deze workshops trouwens.’

Moeite met je rol?
Suzette Pauwels:
‘Ik voelde me steeds meer een promotor van AI. Ik gaf allerlei kanttekeningen mee bij de tools die ik presenteerde. Dat AI niet altijd voldoet aan de publieke waarden waar wij als sector voor staan. Maar het is net als met taart: als je een taart ziet, dan wil je een stukje proeven. Dan kun je wel zeggen “pas op, er zit veel suiker in”, maar daar luisteren mensen niet meer naar. Zo ging het ook met de tools waar ik over vertelde. Mensen werden er meteen enthousiast over. Terwijl mijn doel juist was om verantwoord gebruik van AI te stimuleren en ook ruimte te houden voor de conclusie dat AI soms níét de beste oplossing is.’

Dus het gesprek over AI is anders dan een paar jaar geleden?
Suzette Pauwels: ‘We praten nu veel meer over vragen als: gaat AI ons werk overnemen? En ook over het gevoel dat mensen daarbij hebben. Tijdens de workshops geven we daarnaast ook praktische tips, bijvoorbeeld om geen privacygevoelige informatie in AI-tools in te voeren. We geven deze workshops niet alleen aan medewerkers, maar ook aan bezoekers. Dat doen we binnen ons programma digitaal burgerschap: Meedoen BIJ de bieb. Vaak horen we dan reacties als: “Ik hoorde mijn kleinkinderen erover en nu snap ik wat het is.” Vervolgens maakt iedereen daarin zijn eigen keuze. De ene bezoeker besluit bijvoorbeeld een reis te gaan plannen met AI, terwijl een ander zegt: ik ga het nooit gebruiken.’

Wat antwoorden jullie op de vraag of AI ons werk gaat veranderen?
Suzette Pauwels: ‘Ik zeg: dat lijkt me wel, ja. Maar werk verandert altijd, toch? Ik denk wel dat de AI-hype weer afvlakt. Er zijn heel veel beloftes, zoals “het gaat ons werk efficiënter maken”. Maar die komen van bedrijven die daar een commercieel belang bij hebben. Als we steeds meer vertrouwen op AI, dan bouwen we zelf minder kennis en minder vaardigheden op. Als dat te lang doorgaat, dan veranderen niet alleen de werkzaamheden. Dan verandert de bibliotheekmedewerker zelf.’

En dat wil je niet?
Suzette Pauwels: ‘Nee, zeg. AI is zelf niet zo slim. Het mist de ervaring van de echte wereld. Onze medewerkers staan tussen de mensen, zien wat er gebeurt en begrijpen de verhalen achter de vragen van bezoekers. Die menselijke kennis is ontzettend waardevol en kun je niet zomaar vervangen.’

Wouter Touw: ‘Maar het is ook varen in de mist, bij wijze van spreken. We weten het niet goed. Het zou inderdaad kunnen dat het werk gaat veranderen. Dat we andere vaardigheden nodig gaan hebben. Het zou ook kunnen dat de inzet van AI ervoor zorgt dat er meer tijd overblijft voor werkzaamheden waar meer persoonlijk contact voor nodig is. Uit het voorzichtige onderzoek dat er inmiddels is, komt in ieder geval naar voren dat we moeten nadenken over wat we met de verschillende mogelijke uitkomsten gaan doen. Levert het tijdwinst op? Wat gaan we met die tijd doen? En wat betekent het voor de organisatie van het werk? Mogelijk betekent het minder administratie, minder werkdruk en meer menselijk contact. Want daar is dan de tijd voor.’

Floris de Jong: ‘Over die veranderingen moet je samen nadenken. Want welke vaardigheden heb je dan nodig als er meer menselijke interactie komt? Welke rol heb je als bibliotheekmedewerker en wat vraagt dat van je als inwoners al via een AI-instrument informatie over een boek hebben gevraagd en gekregen? Die vragen bespreken werkgevers en werknemers samen in de denktank van Stichting Bibliotheekwerk.’

Wouter Touw: ‘Dat moet uiteindelijk leiden tot inzicht in de uitdagingen die de sector tegenkomt de komende jaren, als we AI opnemen in het werkproces. En dan specifiek wat betreft de kwaliteit van het werk. Als dat inzicht er is, en als we AI verantwoord kunnen inzetten, creëren we ruimte voor de mooie gevolgen.’

Deze denktank denkt dus na over de mogelijke gevolgen van AI voor medewerkers in de sector?
Floris de Jong: ‘Klopt, over de kwaliteit van hun werk, hoe zij hun werk kunnen doen, hun werk beleven, waarom ze überhaupt voor een bibliotheek werken en over hoe we het werk organiseren. In mei 2026 zijn we gestart met de bijeenkomsten. Tot halverwege 2027 komen we elk kwartaal bij elkaar. We hebben bewust een eindpunt gekozen. Anders praten we er eindeloos over door. Sterker nog: we lopen al het risico dat we ingehaald worden door de actualiteit, de ontwikkelingen gaan snel.’

Wouter Touw: ‘Na de bijeenkomsten brengen we verslag uit voor de sociale partners, dus de vakbonden en de VOB. Dit verschijnt eind 2027. Hierin komen adviezen te staan over onder andere de inzetbaarheid van personeel. Bijvoorbeeld over welke mogelijke uitgangspunten voor scholing en begeleiding belangrijk zijn, over mogelijke relevante aspecten in de arbeidsomstandigheden, over autonomie en over werkdruk.’

Wie zitten er in de denktank?
Wouter Touw:
‘Mensen uit de branche die al op verschillende manieren bezig zijn met AI. Iemand die betrokken was bij het ontwikkelen van een chatbot voor bibliotheken bijvoorbeeld. Een collega die helpt bij het ontwikkelen van programmering rond digitale vaardigheden. Meerdere mensen uit het WaU-traject Ai en Ethiek (Werk aan Uitvoering, red.) die nadenken over de ethische kant van AI, Jeroen de Boer bijvoorbeeld. Een mooie groep collega’s die allemaal vanuit hun eigen perspectief naar AI kijken.’

Vertel eens wat over dat WaU-traject?
Jeroen de Boer: ‘Er vindt een traject plaats waarin collega’s kijken naar de ethische kant van AI. Hierin zoeken we samen naar antwoorden op de vragen die we noemden.’

Suzette Pauwels: ‘We hebben daar al veel in bereikt. We hebben uitgangspunten voor verantwoord AI-gebruik opgesteld die we gaan toetsen in de sector. Bijvoorbeeld dat we AI alleen inzetten als we duurzaamheid meegewogen hebben in het proces. En dat de AI-systemen die we gebruiken net zo betrouwbaar moeten zijn als de bibliotheek. We willen ook transparant zijn over het gebruik.’

Waarom zijn deze uitganspunten opgesteld?
Suzette Pauwels:
‘De WaU-trajecten zijn gestart na de toeslagenaffaire. Tijdens deze affaire zijn mensen benadeeld door vooroordelen, bias in algoritmes, om het kort samen te vatten. Dat wil de overheid in de toekomst voorkomen, met behulp van Werk aan Uitvoering. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat publieke organisaties transparant zijn over hoe zij persoonsgegevens gebruiken. Onze inwoners hebben dan het recht om te weten hoe bibliotheken omgaan met hun gegevens. Zodat het vertrouwen in de publieke dienstverlening weer wordt versterkt.

Ik begreep dat jullie nog op zoek zijn naar AI-pilots in de bibliotheeksector?
Suzette Pauwels:
‘Klopt! We hebben aan het begin van het WaU-traject heel veel informatie opgehaald bij bibliotheken en POI’s: waar lopen jullie tegen aan, welke kennis hebben jullie nodig, welke vaardigheden. Nu werken we aan een toolbox die bibliotheken kunnen gebruiken om hun AI-beleid vorm te geven. We trekken hierin onder andere op met partners als TNO en DEN. Maar we zoeken nog AI-pilots in de bibliotheeksector waar we bij kunnen aansluiten. Waar we informatie kunnen delen, kunnen meedenken en onze bevindingen kunnen checken bij het netwerk. Dus als mensen aan dit soort pilots werken: mail me, s.pauwels@bijdebieb.nl. Alle feedback die we ophalen, nemen we mee in het traject.’

Stel, mensen hebben vragen over de gevolgen van AI voor hun werk. Wat zeggen jullie dan tegen deze mensen?
Floris de Jong: ‘Dat we nog niet precies weten wat de impact gaat zijn op het werken in de sector. We moeten zowel de positieve als de negatieve impact nog scherper in kaart krijgen. Ik denk alleen wel dat het verleden ons leert dat nieuwe technologieën ons werk kunnen veranderen. Het kan dus heel goed dat je werk positief verandert.’

Suzette Pauwels: ‘Ik snap zowel de zorgen als het wensdenken. AI kan een hulpmiddel zijn, maar de mens houdt de regie. Uiteindelijk ben jij degene die de afweging maakt, niet de technologie.’

Waar kunnen mensen terecht als ze vragen hebben?
Wouter Touw: ‘Om te beginnen in hun eigen organisatie natuurlijk. Praat erover met collega’s, met de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of met je leidinggevende: hoe gebruik jij AI, voel jij bezwaren, waarom wel of waarom niet?’

Kunnen mensen ook bij de denktank terecht?
Floris de Jong:
‘Heel graag. Het is voor de denktank fijn om alle perspectieven te horen. En ook als je geïnteresseerd bent om gedurende het hele denktanktraject met ons van gedachten te wisselen horen we graag van je. Mail mij gerust op f.deJong@caop.nl.

Wanneer zijn jullie tevreden?
Suzette Pauwels: ’Als bibliotheken kritisch en bewust met AI omgaan. Dat medewerkers weten wat wel en niet kan en de middelen hebben om daar verantwoord naar te handelen. Dan gebruik je AI niet omdat het moet of omdat iedereen het doet, maar omdat het past bij je publieke opdracht. Het ideale scenario? Dat onverantwoord gebruik van AI niet meer voorkomt.’

Wouter Touw: Als de adviezen uit de denktank leiden tot kaders voor het inrichten van zorgvuldig, netjes en inderdaad ethisch AI-beleid, dat rekening houdt met de mensen die het gebruiken. Als we dat gezamenlijk hebben opgesteld, met de sector en sociale partners. Met uitgangspunten waar zowel werkgevers als werknemers achter staan. En dat uiteindelijk mensen dus met nog meer plezier hun werk kunnen doen.’

We denken er als sector samen over na dus.
Jeroen de Boer: ‘Gelukkig wel. We waren te versplinterd, allemaal los van elkaar bezig met hetzelfde vraagstuk. Nu kijkt een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van onze sector wat ons bindt, zodat we uiteindelijk met één stem kunnen spreken. En steeds in gezamenlijkheid het beleid kunnen actualiseren. Dat is mooi.’