Suzanna Jansen: ‘Ook bibliotheken kunnen bijdragen. Bijvoorbeeld door een gezamenlijk onderzoek te starten in samenwerking met een archief, een heemkundige kring, of met een historische vereniging in de buurt’.

Essay voor de Maand van de Geschiedenis

Oproep aan bibliotheken: help mee om vergeten geschiedenis te onderzoeken

Maand van de Geschiedenis

Tekst: Elselien Dijkstra • Video: Maand van de Geschiedenis
• Foto Suzanna Jansen: Mark Uyl

Wat gebeurde er in de jaren ’50 en ’60 met vrouwen die overspannen werden? Suzanna Jansen geeft in haar essay Project RUST een ontluisterend beeld van rusthuizen voor vrouwen en hun kans op herstel. Ze roept op tot een gezamenlijk onderzoek naar deze vergeten geschiedenis. Ook bibliotheken kunnen helpen.

Het archief in
Ook bibliotheken kunnen bijdragen. ‘Bijvoorbeeld door een gezamenlijk onderzoek te starten in samenwerking met een archief, een heemkundige kring, of met een historische vereniging in de buurt. Mensen kunnen gezamenlijk gaan kijken: zat hier zoiets in de buurt? Wie wil er een archief in? Zijn er mensen die vroeger gezinsverzorgster waren? Wie kent verhalen of wil anderen helpen om die op te schrijven? Daar zou je iets mee kunnen doen.’

Iets anders dat bibliotheken kunnen doen is mensen de gelegenheid bieden om erover te praten, zoals Suzanna Jansen doet tijdens haar lezingen. De eerste helft van de avond verzorgt ze haar lezing, de andere helft van de avond is gereserveerd voor gesprekken die ze zelf begeleidt: ‘Elke avond loopt anders. Het kan over vroeger gaan, het kan over nu gaan. Het kan een fel gesprek worden, of juist een hele zachte manier om ervaringen te delen. Dat wisselt heel erg per keer. Het verhaal dat ik heb verteld is vaak een mooie aanleiding. Daardoor beginnen mensen met vragen stellen. Er komt altijd een levendig gesprek.’

In de maand oktober is Suzanna Jansen geboekt voor 25 lezingen door heel Nederland. Meer informatie is te vinden op: suzannajansen.nl/project-rust

Suzanna Jansen: ‘Dit is een grote geschiedenis die we nog niet goed kennen. Ik weet niet hoeveel vrouwen het precies betrof, en ik weet ook niet hoeveel van die rusthuizen er waren, maar juist daarom is het zo belangrijk om er onderzoek naar te doen. Mijn essay is een eerste aanzet tot onderzoek.’

Toch zijn er sporen terug te vinden in archieven, bijvoorbeeld binnen de katholieke arbeidersbond of organisaties van plattelandsvrouwen die zelfs een speciaal rustfonds hadden. Dat betekent dat er wel degelijk veel materiaal kan bestaan, maar dat het verspreid en moeilijk vindbaar is. ‘Wie archiefonderzoek wil doen, kan daar nog veel ontdekken. Er is nog heel veel werk te doen,’ stelt Suzanna Jansen.

Vrouwengeschiedenis
Tijdens de lezingen die Suzanna geeft over haar boek De Omwenteling, komen er vaak verhalen bovendrijven. ‘Wat mij raakt is dat ik vaak mensen hoor vertellen: mijn moeder was ook depressief, mijn oma was ook overspannen, of ik herinner me dat iemand uit mijn omgeving naar zo’n rusthuis moest. Het laat zien hoe breed deze herinneringen nog leven.’

Volgens Suzanna Jansen was “overspannen” vroeger een etiket dat op vrouwen werd geplakt wanneer men niet goed wist wat er aan de hand was. ‘Burn-out speelt vandaag mogelijk een vergelijkbare rol, al is de term natuurlijk preciezer. Er is nog altijd te weinig kennis over vrouwenlichamen en vrouwengezondheid, het gebrek aan kennis is historisch ingebed, en heeft zijn sporen nagelaten in onze tijd.’

Suzanna Jansen roept in haar essay op tot onderzoek, om verhalen, namen, plaatsen en ervaringen te verzamelen. In haar essay staat een link, die ook op haar eigen website en die van de Maand van de Geschiedenis komt, naar een formulier waarmee mensen hun verhaal kunnen insturen. Die informatie wordt verwerkt en bewaard door Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Op die manier kan een begin worden gemaakt met het vastleggen van de geschiedenis, waar onderzoek naar kan worden gedaan.

Historisch beeld
Helaas is het in verband met de privacy niet mogelijk om alle gedeelde verhalen online te lezen. Suzanna Jansen: ‘Het zijn gevoelige verhalen die misschien niet iedereen met de hele wereld wil delen. Alle gegevens die mensen delen op de website worden beheerd door Atria. Iedereen die deze historie wil onderzoeken kan toegang krijgen tot die archieven. Deelnemers kunnen op de website zelf aangeven in hoeverre ze toestaan dat de informatie die ze geven mag worden gebruikt voor onderzoek.’

Wie zelf iets weet over een moeder, oma, tante of andere vrouw die in zo’n rusthuis verbleef, wordt gevraagd om dat verhaal op te schrijven. ‘Ook mensen die gewoon in hun buurt de naam van een rusthuis kennen, of die ooit als gezinsverzorger werkten, kunnen iets bijdragen. Zelfs kleine details kunnen helpen, zoals de naam van een instelling. Alle gegevens zijn belangrijk omdat ze later gebruikt kunnen worden om een groter historisch beeld op te bouwen. Het verzamelen van zulke fragmenten is de basis voor verder onderzoek.’

Suzanna Jansen, auteur van Het Pauperparadijs en De Omwenteling, schreef dit jaar het Essay voor de Maand van de Geschiedenis: Project RUST. Ze laat zien dat hoe we in het verleden omgingen met vrouwengezondheid diepe sporen heeft nagelaten in onze tijd. In de jaren ’50 en ’60 werden veel vrouwen overspannen, depressief of oververmoeid. Maar die geschiedenis lijken we te zijn vergeten. Met haar essay roept ze op om samen onderzoek te doen naar de geschiedenis van deze vrouwen.

De moeder van Suzanna Jansen was één van deze vrouwen. In haar boek De Omwenteling of de eeuw van de vrouw weidt ze een hoofdstuk aan de inzinking van haar moeder die in een rusthuis terechtkwam waar ze niet veel aan had. Haar klachten werden “behandeld” met verplichte rust en veel melk drinken.

Taboe
Het beeld dat Suzanna Jansen in De Omwenteling schetst over het leven van vrouwen in deze periode is ontluisterend. Dat vrouwen in die tijd weinig rechten hadden weten we, maar dit boek maakt pijnlijk concreet waar dat in de praktijk op neerkwam. Vrouwen moesten verplicht stoppen met werken als ze trouwden en werden dan automatisch handelingsonbekwaam. Ze konden lang geen eigen bankrekening of bezit beheren (tot 1 januari 1957), tot 1919 mochten ze niet stemmen, ze hadden vaak geen andere keuze dan het huishouden te doen en (veel) kinderen te krijgen.

Het huishouden was toen nog fysiek zeer zwaar en tijdrovend. Alleen al de was doen was een hels karwei. Bovendien was het werk niet alleen fysiek zwaar, maar ook zeer eenzaam en geestdodend. Ook al raakten vrouwen uitgeput van het zware huishoudelijke werk, toch bleven er kinderen komen. Over voortplanting was weinig bekend en het was een taboe om over geboortebeperking te spreken.

Pas als het echt niet meer ging (dat betekende: als vrouwen fysiek en mentaal totaal instortten en je ze letterlijk kon wegdragen) dan konden vrouwen tijdelijk ‘uitrusten’ in een rusthuis.

Weerslag
Tijdens lezingen over De Omwenteling ontdekte Suzanna Jansen dat er door het hele land mensen zijn met vergelijkbare verhalen over hun moeders en oma’s. Vrouwen die werden opgenomen in sanatoria, ziekenhuizen, rusthuizen en psychiatrische inrichtingen, allemaal met vergelijkbare klachten.

Over die rusthuizen en die vrouwen is weinig bekend, vertelt Suzanna Jansen. ‘Ik heb geen lijst gevonden van rusthuizen, het is niet bekend hoeveel vrouwen daar opgenomen zaten, laat staan dat er geschiedenis is geschreven over deze vrouwen. Naar aanleiding van mijn eerdere oproep heb ik nu een lijstje met grofweg veertig namen van rusthuizen, maar dat kunnen er meer zijn.’

Het essay van Suzanna Jansen doet een droevige collectieve geschiedenis vermoeden met een grote weerslag. ‘Ik heb verhalen gehoord van jonge meisjes die van school werden thuisgehouden om het werk van hun moeder over te nemen. Soms werd het huishouden overgenomen door een gezinshulp, soms kwamen kinderen in tehuizen terecht.’

Plattelandsvrouwen
Er was geen aandacht voor de onderliggende oorzaken van het instorten van vrouwen. ‘Sommige vrouwen hadden wellicht psychische klachten, anderen zaten klem in het huisvrouwenideaal. Maar het is ook mogelijk dat ze lichamelijke problemen hadden. Ze werden namelijk nauwelijks onderzocht. Voor hormonale klachten of zware menstruatieproblemen was destijds al helemaal geen oog. Juist dat gebrek aan medische aandacht voor vrouwen maakt deze geschiedenis zo pijnlijk en nog altijd relevant.’

Bibliotheekblad 7 • september 2026

Wat gebeurde er in de jaren ’50 en ’60 met vrouwen die overspannen werden? Suzanna Jansen geeft in haar essay Project RUST een ontluisterend beeld van rusthuizen voor vrouwen en hun kans op herstel. Ze roept op tot een gezamenlijk onderzoek naar deze vergeten geschiedenis. Ook bibliotheken kunnen helpen.

Bibliotheekblad 7 • september 2026

Tekst: Elselien Dijkstra • Video: Maand van de Geschiedenis
• Foto Suzanna Jansen: Mark Uyl

Oproep aan bibliotheken: help mee om vergeten geschiedenis te onderzoeken

Essay voor de Maand van de Geschiedenis

Maand van de Geschiedenis

Suzanna Jansen: ‘Ook bibliotheken kunnen bijdragen. Bijvoorbeeld door een gezamenlijk onderzoek te starten in samenwerking met een archief, een heemkundige kring, of met een historische vereniging in de buurt’.

Het archief in
Ook bibliotheken kunnen bijdragen. ‘Bijvoorbeeld door een gezamenlijk onderzoek te starten in samenwerking met een archief, een heemkundige kring, of met een historische vereniging in de buurt. Mensen kunnen gezamenlijk gaan kijken: zat hier zoiets in de buurt? Wie wil er een archief in? Zijn er mensen die vroeger gezinsverzorgster waren? Wie kent verhalen of wil anderen helpen om die op te schrijven? Daar zou je iets mee kunnen doen.’

Iets anders dat bibliotheken kunnen doen is mensen de gelegenheid bieden om erover te praten, zoals Suzanna Jansen doet tijdens haar lezingen. De eerste helft van de avond verzorgt ze haar lezing, de andere helft van de avond is gereserveerd voor gesprekken die ze zelf begeleidt: ‘Elke avond loopt anders. Het kan over vroeger gaan, het kan over nu gaan. Het kan een fel gesprek worden, of juist een hele zachte manier om ervaringen te delen. Dat wisselt heel erg per keer. Het verhaal dat ik heb verteld is vaak een mooie aanleiding. Daardoor beginnen mensen met vragen stellen. Er komt altijd een levendig gesprek.’

In de maand oktober is Suzanna Jansen geboekt voor 25 lezingen door heel Nederland. Meer informatie is te vinden op: suzannajansen.nl/project-rust

Suzanna Jansen: ‘Dit is een grote geschiedenis die we nog niet goed kennen. Ik weet niet hoeveel vrouwen het precies betrof, en ik weet ook niet hoeveel van die rusthuizen er waren, maar juist daarom is het zo belangrijk om er onderzoek naar te doen. Mijn essay is een eerste aanzet tot onderzoek.’

Toch zijn er sporen terug te vinden in archieven, bijvoorbeeld binnen de katholieke arbeidersbond of organisaties van plattelandsvrouwen die zelfs een speciaal rustfonds hadden. Dat betekent dat er wel degelijk veel materiaal kan bestaan, maar dat het verspreid en moeilijk vindbaar is. ‘Wie archiefonderzoek wil doen, kan daar nog veel ontdekken. Er is nog heel veel werk te doen,’ stelt Suzanna Jansen.

Vrouwengeschiedenis
Tijdens de lezingen die Suzanna geeft over haar boek De Omwenteling, komen er vaak verhalen bovendrijven. ‘Wat mij raakt is dat ik vaak mensen hoor vertellen: mijn moeder was ook depressief, mijn oma was ook overspannen, of ik herinner me dat iemand uit mijn omgeving naar zo’n rusthuis moest. Het laat zien hoe breed deze herinneringen nog leven.’

Volgens Suzanna Jansen was “overspannen” vroeger een etiket dat op vrouwen werd geplakt wanneer men niet goed wist wat er aan de hand was. ‘Burn-out speelt vandaag mogelijk een vergelijkbare rol, al is de term natuurlijk preciezer. Er is nog altijd te weinig kennis over vrouwenlichamen en vrouwengezondheid, het gebrek aan kennis is historisch ingebed, en heeft zijn sporen nagelaten in onze tijd.’

Suzanna Jansen roept in haar essay op tot onderzoek, om verhalen, namen, plaatsen en ervaringen te verzamelen. In haar essay staat een link, die ook op haar eigen website en die van de Maand van de Geschiedenis komt, naar een formulier waarmee mensen hun verhaal kunnen insturen. Die informatie wordt verwerkt en bewaard door Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Op die manier kan een begin worden gemaakt met het vastleggen van de geschiedenis, waar onderzoek naar kan worden gedaan.

Historisch beeld
Helaas is het in verband met de privacy niet mogelijk om alle gedeelde verhalen online te lezen. Suzanna Jansen: ‘Het zijn gevoelige verhalen die misschien niet iedereen met de hele wereld wil delen. Alle gegevens die mensen delen op de website worden beheerd door Atria. Iedereen die deze historie wil onderzoeken kan toegang krijgen tot die archieven. Deelnemers kunnen op de website zelf aangeven in hoeverre ze toestaan dat de informatie die ze geven mag worden gebruikt voor onderzoek.’

Wie zelf iets weet over een moeder, oma, tante of andere vrouw die in zo’n rusthuis verbleef, wordt gevraagd om dat verhaal op te schrijven. ‘Ook mensen die gewoon in hun buurt de naam van een rusthuis kennen, of die ooit als gezinsverzorger werkten, kunnen iets bijdragen. Zelfs kleine details kunnen helpen, zoals de naam van een instelling. Alle gegevens zijn belangrijk omdat ze later gebruikt kunnen worden om een groter historisch beeld op te bouwen. Het verzamelen van zulke fragmenten is de basis voor verder onderzoek.’

Suzanna Jansen, auteur van Het Pauperparadijs en De Omwenteling, schreef dit jaar het Essay voor de Maand van de Geschiedenis: Project RUST. Ze laat zien dat hoe we in het verleden omgingen met vrouwengezondheid diepe sporen heeft nagelaten in onze tijd. In de jaren ’50 en ’60 werden veel vrouwen overspannen, depressief of oververmoeid. Maar die geschiedenis lijken we te zijn vergeten. Met haar essay roept ze op om samen onderzoek te doen naar de geschiedenis van deze vrouwen.

De moeder van Suzanna Jansen was één van deze vrouwen. In haar boek De Omwenteling of de eeuw van de vrouw weidt ze een hoofdstuk aan de inzinking van haar moeder die in een rusthuis terechtkwam waar ze niet veel aan had. Haar klachten werden “behandeld” met verplichte rust en veel melk drinken.

Taboe
Het beeld dat Suzanna Jansen in De Omwenteling schetst over het leven van vrouwen in deze periode is ontluisterend. Dat vrouwen in die tijd weinig rechten hadden weten we, maar dit boek maakt pijnlijk concreet waar dat in de praktijk op neerkwam. Vrouwen moesten verplicht stoppen met werken als ze trouwden en werden dan automatisch handelingsonbekwaam. Ze konden lang geen eigen bankrekening of bezit beheren (tot 1 januari 1957), tot 1919 mochten ze niet stemmen, ze hadden vaak geen andere keuze dan het huishouden te doen en (veel) kinderen te krijgen.

Het huishouden was toen nog fysiek zeer zwaar en tijdrovend. Alleen al de was doen was een hels karwei. Bovendien was het werk niet alleen fysiek zwaar, maar ook zeer eenzaam en geestdodend. Ook al raakten vrouwen uitgeput van het zware huishoudelijke werk, toch bleven er kinderen komen. Over voortplanting was weinig bekend en het was een taboe om over geboortebeperking te spreken.

Pas als het echt niet meer ging (dat betekende: als vrouwen fysiek en mentaal totaal instortten en je ze letterlijk kon wegdragen) dan konden vrouwen tijdelijk ‘uitrusten’ in een rusthuis.

Weerslag
Tijdens lezingen over De Omwenteling ontdekte Suzanna Jansen dat er door het hele land mensen zijn met vergelijkbare verhalen over hun moeders en oma’s. Vrouwen die werden opgenomen in sanatoria, ziekenhuizen, rusthuizen en psychiatrische inrichtingen, allemaal met vergelijkbare klachten.

Over die rusthuizen en die vrouwen is weinig bekend, vertelt Suzanna Jansen. ‘Ik heb geen lijst gevonden van rusthuizen, het is niet bekend hoeveel vrouwen daar opgenomen zaten, laat staan dat er geschiedenis is geschreven over deze vrouwen. Naar aanleiding van mijn eerdere oproep heb ik nu een lijstje met grofweg veertig namen van rusthuizen, maar dat kunnen er meer zijn.’

Het essay van Suzanna Jansen doet een droevige collectieve geschiedenis vermoeden met een grote weerslag. ‘Ik heb verhalen gehoord van jonge meisjes die van school werden thuisgehouden om het werk van hun moeder over te nemen. Soms werd het huishouden overgenomen door een gezinshulp, soms kwamen kinderen in tehuizen terecht.’

Plattelandsvrouwen
Er was geen aandacht voor de onderliggende oorzaken van het instorten van vrouwen. ‘Sommige vrouwen hadden wellicht psychische klachten, anderen zaten klem in het huisvrouwenideaal. Maar het is ook mogelijk dat ze lichamelijke problemen hadden. Ze werden namelijk nauwelijks onderzocht. Voor hormonale klachten of zware menstruatieproblemen was destijds al helemaal geen oog. Juist dat gebrek aan medische aandacht voor vrouwen maakt deze geschiedenis zo pijnlijk en nog altijd relevant.’