De stilte is veelzeggend

Wat beloven politieke partijen de bieb?

Het verkiezingsseizoen is losgebarsten, en de politieke partijen die op 29 oktober naar uw stem hengelen buitelen over elkaar heen met beloftes over koopkracht, klimaat en migratie. Maar wie in de verkiezingsprogramma’s zoekt naar plannen rond een voorziening die als stille motor van fundamentele betekenis is voor de samenleving – de openbare bibliotheek – moet lang en vaak tevergeefs bladeren.

Verkiezingen 2025

Tekst: Eimer Wieldraaijer • Foto: Shutterstock

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Neem nou de VVD. Het verse partijprogramma bevat een herkenbare paragraaf ‘Kunst en cultuur waar Nederland trots op kan zijn’, maar de bibliotheek wordt nergens genoemd. Dat kan een bewuste keuze zijn: de VVD schuift cultuurbeleid vaker richting eigen verantwoordelijkheid van instellingen, gemeenten en sectorpartijen. Maar in een tijd waarin het Rijk wettelijk inzet op een landelijk dekkend netwerk, is de afwezigheid in een nationale partijagenda niet onschuldig. Ze suggereert dat bibliotheken vooral een lokaal vraagstuk blijven, zonder landelijke inzet op bereik, huisvesting of taakverbreding.

Hoe zit het bij die andere liberalen? D66 is traditiegetrouw biebvriendelijk. In 2021 nog de partij van de ‘bibliotheek om de hoek’, en ook ditmaal wil D66 een volwaardige bibliotheek in iedere buurt. Niet alleen voor boeken, maar ook voor ontmoeting, gezelligheid, taallessen, toegankelijke overheidsinformatie, digitale hulp en projecten voor mensen die laaggeletterd zijn. Zo versterken bibliotheken wijken en dorpen. Bibliotheekabonnementen zijn en blijven gratis tot 18 jaar.’


‘Bestuurlijke vernieuwer’ NSC, dat de campagne intrekt met het motto ‘de basis moet op orde’, zet hard in op een dienstbare overheid en basisvaardigheden. Dat raakt direct aan de kernfuncties van bibliotheken (leesbevordering, taalhuizen, digitale vaardigheid en wordt als volgt verwoord: ‘We gaan lokale cultuurinitiatieven, amateurkunst en bibliotheken versterken. De bibliotheek is een belangrijke basisvoorziening en moet gratis zijn. Naast leesbevordering, bevorderen van leesplezier en digitalisering heeft de bibliotheek een belangrijke rol in het aanjagen van cultuur en is het een belangrijke ontmoetingsplaats.’ Ook staat er dat NSC ‘investeert in basisvaardigheden in het onderwijs’ en ‘regionale cultuur’, plus ‘burgerschap en lokale netwerken van vrijwilligers dichtbij’.

En elders in het midden? Het CDA voert de lijn ‘elke regio telt’ prominent op en positioneert voorzieningen als onderdeel van leefbaarheid, maar concrete passages over bibliotheken in het Tweede Kamer-programma 2025 zijn niet te vinden in de partijpagina’s. Zonder expliciete toezegging blijft het gokken of het CDA landelijk wil investeren in de wettelijke opdracht van gemeenten om een bibliotheekvoorziening in stand te houden, of dat men het toch primair bij decentrale keuzes wil laten.

Aan de rechterkant van het politieke spectrum voelt de wind nog guurder aan. De PVV? Geen woord over de bibliotheek. Daar draait alles om asielstop en lastenverlaging; cultuur en bibliotheken komen eenvoudigweg niet voor in Wilders’ woordenboek. Historisch legt de PVV het accent op bezuinigingen op cultuur en investeringen op veiligheid; de bieb past dan hooguit in het verhaal als taalloket voor inburgering of als ‘sobere’ voorziening. JA21 is evenmin een cultuurpartij, en in het programma zoek je dan ook tevergeefs naar het woord bibliotheek. Hetzelfde geldt voor de BBB: veel over regio, leefbaarheid en voorzieningen, maar de bibliotheek – bij uitstek een plattelandsanker – ontbreekt. Hoe logisch zou het niet zijn als de BBB bibliotheken koppelt aan krimpregio’s en bereikbaarheid – niet als culturele luxe, maar als nutsfunctie voor scholieren, starters en senioren in dorpen waar school, loket en bankfiliaal al vertrokken zijn. Dat die logica ontbreekt in de partijtekst, is schrijnend.

Dat vijf partijen – verspreid van midden tot rechts – de bibliotheek in het geheel niet noemen, is meer dan slordigheid. Het zegt: dit is geen onderwerp waar wij politieke munt uit kunnen slaan. Een stilte die, ironisch genoeg, boekdelen spreekt over hoe vrijblijvend men in die kringen het publieke fundament van lees- en leerplekken ziet.

Gelukkig breekt ter linkerzijde een mild zonnetje door. In het conceptprogramma van GroenLinks-PvdA staat de bibliotheek niet verstopt in een voetnoot, maar midden in het hoofdstuk ‘Media, kunst en cultuur’: ‘We investeren in de sector en zorgen voor een sterke infrastructuur van (…) bibliotheken en podia. Kunst en cultuur moeten voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht de dikte van de portemonnee of waar je wieg stond.’ Hetzelfde stuk koppelt deze uitgangspunten aan eerlijke arbeidsvoorwaarden en regeldrukvermindering in de sector. De bieb staat hier evident vermeld als basisvoorziening in een culturele infrastructuur die de partij wil versterken. ‘Bibliotheekabonnementen maken we gratis.’

Meer boter bij de vis is te vinden bij de SP. In het programmadeel over onderwijs en cultuur pleiten de socialisten voor de norm ‘Minimaal één bibliotheek in elke gemeente.’ Dat beleid – er moet simpelweg overal een fysieke voorziening zijn – sluit aan bij het idee van de bieb als laagdrempelige publieke tegenkracht tegen laaggeletterdheid en digitale uitsluiting. De SP kiest nadrukkelijk voor nabijheid en gelijkwaardigheid in toegang; geen netwerkkaarten, maar voor elke Nederlander een adres op loop- of fietsafstand.

Een ander positief geluid is te horen bij de ChristenUnie. In haar conceptprogramma klinkt het concreet: ‘Kinderen zijn tot hun 18ejaar gratis lid van de bibliotheek. Bibliotheken zijn cruciaal in de aanpak van laaggeletterdheid, zijn sociale voorzieningen en vergroten kansengelijkheid en leefbaarheid van de gemeenschap. Hèhè, eindelijk, ben je geneigd te denken. Het staat er gewoon, in heldere taal. Geen abstractie, maar beleidskeuzes waar de burgers van dit land direct de vruchten van plukken.

Los zand
Wat bij dit alles opvalt: bibliotheken zijn in Den Haag allang geen vrijblijvende ‘hobby’ meer. De Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) schrijft sinds 2015 een landelijk dekkend netwerk voor. En sinds vorig jaar ligt er zelfs een wetswijziging om de zorgplicht van gemeenten wettelijk te verankeren. Het Rijk wil dus serieuze dekking, maar als verkiezingsprogramma’s daarover zwijgen, dreigt die inzet los zand te blijven.

Een bibliotheek is vandaag de dag geen stoffig gebouw vol boeken, maar een plek waar een oudere leert DigiD gebruiken, een kind voor het eerst voorgelezen wordt, en een bijstandsmoeder hulp krijgt bij formulieren. Het is publieke infrastructuur op het kruispunt van onderwijs, digitale overheid en cultuur. En juist in dorpen waar het loket weg is en de bank vertrokken, is de bieb soms de laatste publieke huiskamer. Daarom is het problematisch dat partijen als de VVD, en CDA de bieb (letterlijk) links laten liggen. Niet als basisvoorziening benoemen betekent in de praktijk: laten afhangen van de willekeur van gemeentebegrotingen. En die begrotingen staan juist nu onder druk door hogere lasten aan jeugdzorg, vluchtelingenopvang en woningbouw. Zonder duidelijke landelijke prioriteit is de bieb een gemakkelijk prooi tussen zulke posten.

Niet sexy
Misschien is het niet sexy om in verkiezingsdebatten die gedomineerd worden door thema’s als internationale veiligheid, asielinstroom, woningtekort en inflatie over spreiding en openingstijden van bibliotheken te praten. Maar wie het over kansengelijkheid, digitalisering of gemeenschapszin heeft, móet het over bibliotheken hebben. De SP, D66 en GroenLinks/PvdA beseffen dat, de ChristenUnie ook. Voor de rest geldt: de stilte is oorverdovend. En misschien is dat precies wat de kiezer zich moet afvragen op 29 oktober: welke partij begrijpt dat de samenleving niet alleen gebouwd is op asfalt, belastingverlaging of migratieplafonds, maar ook op iets zo ogenschijnlijk kleins als een openbare bibliotheek die ’s avonds de deur voor iedereen openhoudt.

Roze olifant
Wat zou er wel in al die partijprogramma’s moeten staan? Drie zinnen zijn in feite genoeg: (1) Bevestig de bibliotheek als basisvoorziening met landelijke dekking en borg meerjarig rijksgeld; (2) Verbind bibliotheken structureel aan leesbevordering, basisvaardigheden en digitale inclusie, en (3) Bescherm de publieke ruimte‐functie: gratis lidmaatschap voor jeugd en minima, ruime openingstijden, en huisvestingsnormen die passen bij de wijkfunctie. Laten we echter ook de roze olifant in de kamer niet onvermeld te laten: hoe staat het eigenlijk met de lobby vanuit de bibliotheeksector zelf? Stonden we regelmatig op de stoep bij de politieke partijen in Den Haag of richten we de pijlen traditiegetrouw op de gemeenteraadsverkiezingen, die over niet al te lange tijd (18 maart 2026) immers ook op de agenda staan? Hoe dan ook, als het gaat om het ‘verkopen’ van de eigen toko is er duidelijk werk aan de winkel.

Tekst: Eimer Wieldraaijer • Foto: Shutterstock

De stilte is veelzeggend

Wat beloven politieke partijen de bieb?

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Het verkiezingsseizoen is losgebarsten, en de politieke partijen die op 29 oktober naar uw stem hengelen buitelen over elkaar heen met beloftes over koopkracht, klimaat en migratie. Maar wie in de verkiezingsprogramma’s zoekt naar plannen rond een voorziening die als stille motor van fundamentele betekenis is voor de samenleving – de openbare bibliotheek – moet lang en vaak tevergeefs bladeren.

Verkiezingen 2025

Neem nou de VVD. Het verse partijprogramma bevat een herkenbare paragraaf ‘Kunst en cultuur waar Nederland trots op kan zijn’, maar de bibliotheek wordt nergens genoemd. Dat kan een bewuste keuze zijn: de VVD schuift cultuurbeleid vaker richting eigen verantwoordelijkheid van instellingen, gemeenten en sectorpartijen. Maar in een tijd waarin het Rijk wettelijk inzet op een landelijk dekkend netwerk, is de afwezigheid in een nationale partijagenda niet onschuldig. Ze suggereert dat bibliotheken vooral een lokaal vraagstuk blijven, zonder landelijke inzet op bereik, huisvesting of taakverbreding.

Hoe zit het bij die andere liberalen? D66 is traditiegetrouw biebvriendelijk. In 2021 nog de partij van de ‘bibliotheek om de hoek’, en ook ditmaal wil D66 een volwaardige bibliotheek in iedere buurt. Niet alleen voor boeken, maar ook voor ontmoeting, gezelligheid, taallessen, toegankelijke overheidsinformatie, digitale hulp en projecten voor mensen die laaggeletterd zijn. Zo versterken bibliotheken wijken en dorpen. Bibliotheekabonnementen zijn en blijven gratis tot 18 jaar.’


‘Bestuurlijke vernieuwer’ NSC, dat de campagne intrekt met het motto ‘de basis moet op orde’, zet hard in op een dienstbare overheid en basisvaardigheden. Dat raakt direct aan de kernfuncties van bibliotheken (leesbevordering, taalhuizen, digitale vaardigheid en wordt als volgt verwoord: ‘We gaan lokale cultuurinitiatieven, amateurkunst en bibliotheken versterken. De bibliotheek is een belangrijke basisvoorziening en moet gratis zijn. Naast leesbevordering, bevorderen van leesplezier en digitalisering heeft de bibliotheek een belangrijke rol in het aanjagen van cultuur en is het een belangrijke ontmoetingsplaats.’ Ook staat er dat NSC ‘investeert in basisvaardigheden in het onderwijs’ en ‘regionale cultuur’, plus ‘burgerschap en lokale netwerken van vrijwilligers dichtbij’.

En elders in het midden? Het CDA voert de lijn ‘elke regio telt’ prominent op en positioneert voorzieningen als onderdeel van leefbaarheid, maar concrete passages over bibliotheken in het Tweede Kamer-programma 2025 zijn niet te vinden in de partijpagina’s. Zonder expliciete toezegging blijft het gokken of het CDA landelijk wil investeren in de wettelijke opdracht van gemeenten om een bibliotheekvoorziening in stand te houden, of dat men het toch primair bij decentrale keuzes wil laten.



Aan de rechterkant van het politieke spectrum voelt de wind nog guurder aan. De PVV? Geen woord over de bibliotheek. Daar draait alles om asielstop en lastenverlaging; cultuur en bibliotheken komen eenvoudigweg niet voor in Wilders’ woordenboek. Historisch legt de PVV het accent op bezuinigingen op cultuur en investeringen op veiligheid; de bieb past dan hooguit in het verhaal als taalloket voor inburgering of als ‘sobere’ voorziening. JA21 is evenmin een cultuurpartij, en in het programma zoek je dan ook tevergeefs naar het woord bibliotheek. Hetzelfde geldt voor de BBB: veel over regio, leefbaarheid en voorzieningen, maar de bibliotheek – bij uitstek een plattelandsanker – ontbreekt. Hoe logisch zou het niet zijn als de BBB bibliotheken koppelt aan krimpregio’s en bereikbaarheid – niet als culturele luxe, maar als nutsfunctie voor scholieren, starters en senioren in dorpen waar school, loket en bankfiliaal al vertrokken zijn. Dat die logica ontbreekt in de partijtekst, is schrijnend.

Dat vijf partijen – verspreid van midden tot rechts – de bibliotheek in het geheel niet noemen, is meer dan slordigheid. Het zegt: dit is geen onderwerp waar wij politieke munt uit kunnen slaan. Een stilte die, ironisch genoeg, boekdelen spreekt over hoe vrijblijvend men in die kringen het publieke fundament van lees- en leerplekken ziet.

Gelukkig breekt ter linkerzijde een mild zonnetje door. In het conceptprogramma van GroenLinks-PvdA staat de bibliotheek niet verstopt in een voetnoot, maar midden in het hoofdstuk ‘Media, kunst en cultuur’: ‘We investeren in de sector en zorgen voor een sterke infrastructuur van (…) bibliotheken en podia. Kunst en cultuur moeten voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht de dikte van de portemonnee of waar je wieg stond.’ Hetzelfde stuk koppelt deze uitgangspunten aan eerlijke arbeidsvoorwaarden en regeldrukvermindering in de sector. De bieb staat hier evident vermeld als basisvoorziening in een culturele infrastructuur die de partij wil versterken. ‘Bibliotheekabonnementen maken we gratis.’

Meer boter bij de vis is te vinden bij de SP. In het programmadeel over onderwijs en cultuur pleiten de socialisten voor de norm ‘Minimaal één bibliotheek in elke gemeente.’ Dat beleid – er moet simpelweg overal een fysieke voorziening zijn – sluit aan bij het idee van de bieb als laagdrempelige publieke tegenkracht tegen laaggeletterdheid en digitale uitsluiting. De SP kiest nadrukkelijk voor nabijheid en gelijkwaardigheid in toegang; geen netwerkkaarten, maar voor elke Nederlander een adres op loop- of fietsafstand.

Een ander positief geluid is te horen bij de ChristenUnie. In haar conceptprogramma klinkt het concreet: ‘Kinderen zijn tot hun 18ejaar gratis lid van de bibliotheek. Bibliotheken zijn cruciaal in de aanpak van laaggeletterdheid, zijn sociale voorzieningen en vergroten kansengelijkheid en leefbaarheid van de gemeenschap. Hèhè, eindelijk, ben je geneigd te denken. Het staat er gewoon, in heldere taal. Geen abstractie, maar beleidskeuzes waar de burgers van dit land direct de vruchten van plukken.

Los zand
Wat bij dit alles opvalt: bibliotheken zijn in Den Haag allang geen vrijblijvende ‘hobby’ meer. De Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) schrijft sinds 2015 een landelijk dekkend netwerk voor. En sinds vorig jaar ligt er zelfs een wetswijziging om de zorgplicht van gemeenten wettelijk te verankeren. Het Rijk wil dus serieuze dekking, maar als verkiezingsprogramma’s daarover zwijgen, dreigt die inzet los zand te blijven.

Een bibliotheek is vandaag de dag geen stoffig gebouw vol boeken, maar een plek waar een oudere leert DigiD gebruiken, een kind voor het eerst voorgelezen wordt, en een bijstandsmoeder hulp krijgt bij formulieren. Het is publieke infrastructuur op het kruispunt van onderwijs, digitale overheid en cultuur. En juist in dorpen waar het loket weg is en de bank vertrokken, is de bieb soms de laatste publieke huiskamer. Daarom is het problematisch dat partijen als de VVD, en CDA de bieb (letterlijk) links laten liggen. Niet als basisvoorziening benoemen betekent in de praktijk: laten afhangen van de willekeur van gemeentebegrotingen. En die begrotingen staan juist nu onder druk door hogere lasten aan jeugdzorg, vluchtelingenopvang en woningbouw. Zonder duidelijke landelijke prioriteit is de bieb een gemakkelijk prooi tussen zulke posten.

Niet sexy
Misschien is het niet sexy om in verkiezingsdebatten die gedomineerd worden door thema’s als internationale veiligheid, asielinstroom, woningtekort en inflatie over spreiding en openingstijden van bibliotheken te praten. Maar wie het over kansengelijkheid, digitalisering of gemeenschapszin heeft, móet het over bibliotheken hebben. De SP, D66 en GroenLinks/PvdA beseffen dat, de ChristenUnie ook. Voor de rest geldt: de stilte is oorverdovend. En misschien is dat precies wat de kiezer zich moet afvragen op 29 oktober: welke partij begrijpt dat de samenleving niet alleen gebouwd is op asfalt, belastingverlaging of migratieplafonds, maar ook op iets zo ogenschijnlijk kleins als een openbare bibliotheek die ’s avonds de deur voor iedereen openhoudt.

Roze olifant
Wat zou er wel in al die partijprogramma’s moeten staan? Drie zinnen zijn in feite genoeg: (1) Bevestig de bibliotheek als basisvoorziening met landelijke dekking en borg meerjarig rijksgeld; (2) Verbind bibliotheken structureel aan leesbevordering, basisvaardigheden en digitale inclusie, en (3) Bescherm de publieke ruimte‐functie: gratis lidmaatschap voor jeugd en minima, ruime openingstijden, en huisvestingsnormen die passen bij de wijkfunctie. Laten we echter ook de roze olifant in de kamer niet onvermeld te laten: hoe staat het eigenlijk met de lobby vanuit de bibliotheeksector zelf? Stonden we regelmatig op de stoep bij de politieke partijen in Den Haag of richten we de pijlen traditiegetrouw op de gemeenteraadsverkiezingen, die over niet al te lange tijd (18 maart 2026) immers ook op de agenda staan? Hoe dan ook, als het gaat om het ‘verkopen’ van de eigen toko is er duidelijk werk aan de winkel.